|
Die bouc van sedenEen tweede Middelnederlandsch zedekundig leerdichteditie W.H.D. Suringar
bron
W.H.D. Suringar (ed.), Die bouc van seden. Een tweede Middelnederlandsch zedekundig leerdicht. Van der Hoek, Leiden 1892
codering
DBNL-TEI 1
dbnl-nr _bou001bouc01_01
logboek
- 2007-06-11 DH colofon toegevoegd
verantwoording
gebruikt exemplaar exemplaar universiteitsbibliotheek Leiden, signatuur: 1074 E 16
algemene opmerkingen Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van Die bouc van seden. Een tweede Middelnederlandsch zedekundig leerdicht in de editie van W.H.D. Suringar uit 1892.
redactionele ingrepen p. V: kop ‘[Woord vooraf]’ toegevoegd. p. 11: kop ‘95’ is op basis van de opvolgende nummering veranderd in ‘59’. De ‘Verbeteringen’ op p. 140 zijn in de lopende tekst doorgevoerd. p. 29: de verbetering van p. 140 is tussen vierkante haken toegevoegd.
Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten.
[pagina I] VAN ZEDEN.
[pagina II] leiden: boekdrukkerij van l. van nifterik hz.
[pagina III] VAN ZEDEN.
EEN TWEEDE MIDDELNEDERLANDSCH ZEDEKUNDIG LEERDICHT, UIT HET COMBURGER HANDSCHRIFT VOOR 'T EERST UITGEGEVEN EN TOEGELICHT door W.H.D. SURINGAR.
LEIDEN, GEBROEDERS VAN DER HOEK. 1892.
[pagina XXVII] INHOUD VAN DE INLEIDING.
[pagina XXVIII]
[pagina 140] VERBETERINGEN. Bladz. 29 had bij Strophe 15 moeten geplaatst zijn: Lksp. III, 3, 455, waarvan de woorden zijn opgegeven in het Glossarium op Sonderlinc. Bladz. 104 had bij het woord Middelheit moeten opgegeven zijn: Seneca, Epist. 39, 4: Magni animi est magna contemnere ac mediocria malle quam nimia, in plaats van Epist. 62, 3, als bron van Diet. Doctr. II, 3005. |