terug  begin  verder
[p. 13]

Dirk van Eylen
Piëdestal

Paraplu
 
Grijze regenachtige dag
 
beter weer is denkbaar niet
 
voor begrafenis van vaders
 
 
 
Van mijn moeder
 
zie ik alleen de paraplu
 
en druppels daarop
 
 
 
door een vochtafstotend middel
 
opbollend tot lenzen
 
zoals vroeger in de tuin
 
 
 
water op koolblad
 
de nerven opeens zo duidelijk,
 
poriën, een dondervliegje
 
 
 
daarin verdronken
 
leefde voor altijd
 
in een andere wereld.
[p. 14]
Het boek der natuur
 
Vanochtend viel het licht
 
anders door het gordijn.
 
Je bent niet echt verrast, je
 
luisterde naar het weerbericht.
 
Toch maar wandelen hoewel
 
je weet je laarzen niet
 
perfekt waterdicht.
 
Voetstappen die je achtervolgen
 
als de eerste man op de maan,
 
je zolen zuigen smeltwater aan.
 
Sneeuw is sneeuw is sneeuw
 
is wat je denkt en
 
tegen beter weten in probeer je
 
te zien wat dichters beweren te zien:
 
zuiverheid, angst voor de dood
 
of erger nog, onbeschreven papier.
[p. 15]
Mijn kamer
 
Voor ik mijn kamer betreed
 
kijk ik door het sleutelgat
 
om afwezigheid te bespieden
 
 
 
de stoel, de tafel, de toetsen
 
van de schrijfmachine, het bed
 
dat werd beslapen, ongezien.
 
 
 
Niet dat ik eenzaam ben of zo
 
- wat mag dat wel zijn? - gewoon
 
nieuwsgierig naar mezelf als
 
ik er dan toch niet ben.
[p. 16]
Kamp
 
Ik bouw een kamp met mijn zoon:
 
vier lakens met wasknijpers vast
 
 
 
's nachts slaapt hij daar
 
of doet alsof
 
is bang van de
 
geluiden in het bos
 
vreest schaduwen
 
van de dingen los.
 
 
 
ik rook een sigaret
 
in de keuken
 
als naar t.v. kijk ik
 
naar de weerspiegeling
 
van de gloeiende
 
askegel in het raam
 
de radio staat geluidloos aan
 
 
 
buurman is dronken
 
de koplampen van zijn wagen
 
duwen schaduwen voor zich uit
 
door de muren van het kamp
 
 
 
schimmen schuiven over het gras
 
verschieten in de nacht
 
mijn zoon, ik weet nu waar
 
zonder hem te zien
 
 
 
voor Kaspar
[p. 17]
Wachten
 
Het lijkt een wedstrijd wel
 
bij de bushalte waar ik ben
 
aangeland in één telefooncel,
 
verlicht, duizenden muggen dansen
 
een zoemende wolk bij mekaar
 
ik draai mijn nummer, mezelf
 
zo ver mogelijk bij de muggen vandaan.
 
Daarna is de man uit Jim's Motel
 
aan de beurt: een t-shirt zonder
 
mouwen, een broeksriem met koperen
 
leeuwekop.
 
Zijn meisje zet zich op de motorkap
 
van hun wagen. Met haar armen
 
om haar knieën geslagen
 
kijkt ze langs hem heen naar
 
waar een onweer licht en dreigt
 
zonder korterbij te komen.
 
Wie het eerst verbinding krijgt wint,
 
zo heb ik het bedacht,
 
verdrijf ik tijd op wacht.
[p. 18]
 
Laatste keer over Broadway lopen
 
en daar met opzet niet aan denken.
 
De maan is niet op, dat scheelt.
 
 
 
Je raapt alle lege sigarettepakjes
 
van straat voor nader onderzoek.
 
 
 
Ooit zal je hem vinden:
 
de voor het ongeluk geboren lul,
 
de godvergeten klotelul,
 
een pakje Camel als portemonnaie
 
gebruiken en met de laatste
 
sigaret het geld vergeten.
terug  begin  verder