begin  verder
[p. 4]

[nummer 37]

Bart de Man
Van Laerhovens bezinningssyndroom



illustratie

Wie ooit een roman van Bob Van Laerhoven heeft ingekeken, werd allicht na enkele bladzijden onwel van zijn brallerige holle-vaten-stijl. Frank Hellemans - volgens Herman de Coninck de eerste criticus die gezegend is met een Homerische blindheid en ergo met de kwaliteiten van een groot ziener - omschreef zijn stijl destijds heel treffend met het epiteton ornans: ‘weerwolfproza’. Blijkt nu dat Bob epiteton helemaal doordraaft wanneer hij zich vertilt aan een zogenaamd reisverhaal door den auteur zelve beleefd terwijl hij in één maand door Peru raasde.

Jerommeke

Waar Van Laerhoven in zijn romans zich tenminste nog verstopte achter min of meer gefictionaliseerde personages, vertelt hij hier open en bloot over zichzelf als ‘pathetisch Jerommeke’. Nu ja, hij serveert dus op de eerste plaats zogezegd een reisverhaal: Nachtvlucht naar Peru dat alleen maar bestaat uit flarden toeristische wetenswaardigheedjes, zoals die in elke hoogglans brochure te vinden zijn of in menig kookboek: ‘De Quechua's teelden door kruising van rassen voedzame planten: olluco, ocas, tarwi, kiwich, kinua, canina. Er wordt nu nog altijd een indrukwekkende lijst van aardappelvariëteiten verbouwd. Sommige daarvan zijn zeer rijk aan eiwitten en vitaminen.’ (p.41) Geef toe: onze ‘sympathieke’ leraar aardrijkskunde had het niet ‘treffender’ kunnen verwoorden!

[p. 5]

Prostaatkanker

Deze onhandig geïmiteerde zakelijke stijl van toeristische folders is voor pathetisch Bobke slechts een alibi om zijn ziel te tonen aan de lezer en vooral die éne kronkel waarmee hij niet alleen vrouwlief en kind verspeelde maar ook zijn knusse huis in de Kempen. Vandaar dat hij nu maar de hort op gaat en al reizend zichzelf exploreert d.w.z. ouwehoert over zijn eigen onuitstaanbaar ik. Bobke lijdt namelijk aan een bezinningssyndroom en doet steeds weer kond hoezeer hij zichzelf wel haat. Bobke kan immers zélf zijn eigen brallerigheid niet uitstaan - zo blijkt alras - en vermits vrouwlief tot en met Bobke himself die brallerigheid niet meer kunnen harden, moet de lezer-pater het maar ontgelden. Bobke probeert zowaar ironisch te doen over zijn eigen geposeer maar brengt het niet verder dan wat grotesk gestuntel dat in de Vlaamse letteren nauwelijks zijns gelijke vindt: ‘Ik trek een rood singletje aan dat mijn gespierde armen vrijlaat en mijn torso accentueert. Gewichtsheffertorso, grote snor, rode kleding, symbool van macht. Mij zullen ze niet overvallen, mij niet: ik straal immers woestheid uit in elke porie. Jammer dat ik niet groot ben, maar als zevenendertigjarige heb ik het lijf van een twintigjarige atleet. Een pathetisch Jerommeke omdat ik in mijn jeugd ziekelijk was. (...) Ook over tien jaar, als ik zevenenveertig zal zijn, zal dit lichaam sterk en fit zijn, dat heb ik mezelf beloofd. Trainen zal ik, tot elke prijs, tot ik doodga. Van prostaatkanker waarschijnlijk: mijn edele orgaan protesteert nu al af en toe pijnlijk als ik vlucht in seksuele dromen, brutale ontsporingen van mijn zorgvuldig opgebouwde en aangeleerde vriendelijkheid tegenover vrouwen.’ (p. 105) Hallo, pater, luistert u nog naar Bobke?

Kolossaal puberaal

Ondertussen trekt Van Laerhoven verder rond in zichzelf en kan Peru hem gestolen worden: zijn eigen ‘persona’ is immers zoveel interessanter. Zijn zelfanalyse is werkelijk

[p. 6]

kolossaal puberaal: ‘Terwijl ik vroeger enkel uit was op contact met mezelf, ben ik nu uit op contact met anderen. Ik merk echter tot mijn verbijstering dat ik daarvoor de sociale en emotionele vaardigheden mis. Op mijn zevenendertigste zie ik dat ik intellectueel ben achtergebleven op mezelf, dat ik gevoelsarm lijk terwijl het in mij kookt van gevoelens, dat ik een persona presenteer waar anderen geen raad mee weten.’ (p. 57) Liefste persona, wat zijn uw sociaal-emotionele doelstellingen bij het schrijven van dergelijk sensitief olifantenproza?

Jommeke

Kortom, zoals dat gaat met de escapist-reiziger loopt hij in de exotische settings steeds weer datgene tegen het lijf waarvoor hij op de vlucht, respectievelijk op reis trok. In het geval van Van Laerhoven is zijn escapisme nog perfider want hij wil immers in gedachten mordicus zijn brallerige ik én zijn dode vader én zijn hem weldra scheidende vrouw tegen het lijf lopen. Kwestie van zichzelf te kwellen. Spijtig genoeg ontaardt die perfidie bij Van Laerhoven niet in een apart soort van flagellantenproza - zoals dat bij Genet of Pasolini wel eens gebeurt - maar in een tautologische constatering van zijn o zo onuitstaanbare zelfhaat. Toppunt van kwelling: Van Laerhoven schrijft om zichzelf te peilen in zijn ondoorgrondelijke zelfhaat, maar vindt als schrijver niet de woorden om daaraan tegemoet te komen. Van Laerhoven is trouwens zo bête om dat al babbelend zelf toe te geven, terwijl hij ondertussen de raison d'être van zijn schrijverschap de grond inboort: ‘Kierkegaard had gelijk: ook nu, vooral hier, heb ik de neiging om de natuur antropomorf te beschrijven. Ik blijf in het uiterlijke steken, het innerlijke, het diepere kan ik niet verwoorden.’ (p. 49) Zo onthoofdt Jommeke-Jerommeke flierefluitend zichzelf en hij was net nog zo trots, nu hij in één enkele zin de kans kreeg om quasi-achteloos niet alleen ‘Kierkegaard’ maar ook nog ‘antropo-

[p. 7]

morf’ in de mond te nemen. Toch wel een slim bazeke, die Bob!

Guns and Roses

Ik vrees dat zijn vrouw de enige helderziende is geweest in het kegelspel dat Van Laerhoven heet. Van The Superman: ‘Mijn vrouw leest graag Kafka, Baillon, Flaubert, Baudelaire. Ze houdt van Mahler en van Guns and Roses. Wanneer ik weer zit te zeuren over de weinige tijd die ik aan schrijven kan besteden, zegt ze: “Jij bent Flaubert niet, jij bent zelfs Baillon of Huysmans niet. Je bent gewoon een ander soort schrijver.” Ik denk dat ze daarmee bedoelt dat ik heel moeilijk zal loskomen van mijn verleden: ik was een jongeman die lectuur schreef (...).’ (p.76) Voor mijn part bedoelde ze daarmee dat Van Laerhoven helemaal geen schrijver was en precies daarom zit hij zichzelf én zijn huisgenoten én zijn lezers zo te kwellen: ecce een schrijver die niet kan schrijven en het toch wil.

Incontinent

Binnenkort verblijdt Bob ons met een volgend exempel van zijn incontinente schrijversimpotentie. Het gebed van Socrates zal het heten en Van Laerhoven gaat zich daar te buiten in pure wijsheden over de inautenticiteit van onze materialistische consumptiemaatschappij. De ideale figuur dus om de jaarlijkse retraite wat op te vrolijken. Ik zie hem daar reeds staan in zijn rode singletje en zijn persona terwijl het kruisbeeld boven hem een vervaarlijke snor krijgt. Pure magie toch, die Van Laerhoven.

 begin  verder