i.s.m.
[p. 141]
Bart Janssen
Gebiedende wijs
Sluit de zang. Noteer haar
tussen de regels. Voeg daad
bij woord. Leid haar als
een klank die graait
tussen de lettergrepen
.
Vox angelica
Neem haar aan als stem,
als vorm, als naam. Laat
het niet. Laat het niet slechts
uit zichzelf bestaan.
[p. 142]
Berceuse
‘Tis waking that kills us’ Virginia Woolf
Wek het niet. Bestendig slechts
de slaap. Waak bij de plooi
die het achterlaat. Vouw het
samen. Dek eind met eind.
Pas het in elkaar. Berg het
en leg het op haar schaduw.
Rest
Houd haar op. Weerhoud wat
overblijft - het ogenblik dat
onoplosbaar blijft - wanneer zij
overgaat, de tijd nog slechts
haar tijd beslaat en trager maakt
zoals wijn met droesem draalt.
[p. 143]
Verlangen
Neem het aan. Neem
het nog niet voor haar.
Houd het respijt van haar
aanwezigheid: een schaduw
werpt haar schaduw
die samentrekt
wanneer de lamp verder wordt gezet.
Spoor
Als het niet verder leidt, niet
verder raakt dan haar, haar
niet bereikt dan om haar
heen, als het niet begint dan
voor haar, zich slechts voltooit
wanneer zij vertrekt,
als het haar buigt
als een spoor naar haar
schik dan maar het zand
naar haar.
[p. 144]
Naklank
Houd het aan. Bewaar
wat volgt uit haar. Vul haar
tijd met de afwezigheid die
nablijft als zand in
een vorm, als mos in
een naam, als ruis na
een stem.