i.s.m.
[p. 62]
Ivan Ollevier
Landtong
1.
De aarde is plat
De toren valt.
Een scheur in de rivier.
Soms helpen de sterren.
‘Noord.’
2.
Klem uit de mond. Woordkramp.
Niet te vertrouwen.
3.
Het ijzer in mij en
wolven rennend over het dak.
De storm gaat
liggen in mijn adem.
[p. 63]
4.
Ik sluip de hemel in.
Lawaai aan de andere kant van de lucht
Hoe ze hoesten naar de zee.
5.
Het water stampt.
Weg van schuim en wolken.
Het vuur in zijn stal.
Maar hij hoort ze niet.
6.
Het luchtdichte huis omknelt zijn hoofd.
De klok stormt in de tunnel.
De zee vol voortvluchtige spiegels
rukt op naar onbetreden land.