De Zestiende Eeuw, zoo rijk aan gewigtige gebeurtenissen, was ook belangrijk voor de letterkunde des volks. Aan haar toch hebben wij het ontstaan dier lange reeks van Volksboeken te danken, waarvan velen tot het eerste vierdedeel onzer Eeuw hebben voortgeleefd. Drie eeuwen lang door het volk gelezen en geliefd, waren tallooze herdrukken noodzakelijk. In de boekerijen der aanzienlijken en geleerden vonden zij echter geene plaats en het is daaraan te wijten, dat van de meesten slechts enkele exemplaren zijn bewaard gebleven.
Bijna alle deze schriften zijn in proza-gewaad gedost, sommigen met refereinen doormengd; de onlangs uitgegevene legende van Marieken van Nijmegen en het werkje dat wij hier mededeelen, maken daarop eene uitzondering en zijn dramatiesch bewerkt. Moeijelijk is het te bepalen of de beide laatsten in hunne oorspronkelijke gedaante tot ons zijn gekomen,
of dat zij vroeger bestemd waren om ten tooneele opgevoerd te worden.
Nergens wordt van dit volksboek melding gemaakt. Slechts twee exemplaren, van verschillende uitgave, in het gewone 4o formaat, zijn ons bekend. Het oudste is getiteld: Historie van de verlooren soon. t'Amstelredam, by Cornelis Dircksz. Cool, Boeck-verkooper in de Warmoestraat, in den vergulden Passer, Anno 1641. Het berust in de Koninklijke Bibliotheek te 's Gravenhage en is ons welwillend ten gebruike afgestaan1). Het andere, in ons bezit, heeft dezen titel: Een schoone Historie ofte Parabel van den verloren Sone, hoe hy zijn Goederen door-bragt met Hoeren ende ligte Vrouwen. t'Amsterdam, gedrukt by Jacobus Conynenberg, Boekverkoper, op 't Water, in de Lootsman2). Beiden zijn met houtsneden versierd en bevatten met den titel 16 bladzijden, in twee kolommen gedrukt.
Taal en stijl wijzen terug tot de helft der XVIe Eeuw. De dichter is, gelijk de schrijvers of bewerkers van al onze Volksboeken, onbekend. Zijn werk scheen ons toe eene vernieuwde
uitgave niet onwaardig te zijn. Door vergelijking der beide oude drukken, hebben wij den tekst, zoo veel mogelijk, hersteld en de oorspronkelijke spelling, die door de slordigheid van de zetters geleden had, trachten weder te geven. Op een paar plaatsen hebben wij een verloren regel ingevoegd. De verouderde woorden zijn aan den voet der bladzijden verklaard en de verschillende lezingen in de Aanteekeningen medegedeeld.
Amsterdam,
Augustus 1854.