terug  begin  verder
[p. 374]

Hernieuwing.

 
Mijn jonge hoofd, waarop heet heeft geschenen
 
Hel jubellicht, - waarlangs fel de oceaan
 
Van driften stormde, - waar zóó vaak om henen
 
Stofwolken veler smarten zijn gegaan, -
 
 
 
Leg ik nu stil op 's Heeren Altaarsteenen
 
En 'k voel verkoeling wuiven op mij aan,
 
En 'k zou wel luide, luide willen weenen,
 
Zooals ik eens dien avond heb gedaan:
 
 
 
Dien eersten avond, toen 'k mij Priester voelde;
 
Toen heel mijn ziel Gods liefdezee omwoelde,
 
En àl verzonk, àl menschenliefde en smart.
 
 
 
Nu laat me rustig op het Altaar leggen
 
Dat moede hoofd: en zwijgend alles zeggen:
 
Zee van Gena, golf over mijn arm hart!
 
 
 
A.M.J.I. Binnewiertz. pr.

den Haag.

terug  begin  verder