In den eersten omgang, waar de hooveerdigheid uitgeboet en gezuiverd wordt, doet Dante ons kennis maken met de kunst der schilders, beeldhouwers en dichters. (Vagevuur, X).
Dan hooren Dante en Virgilius de zondaars, die hunne hooveerdigheid uitboeten, hun gebed zeggen: O onze Vader, enz. Ik zou geern genoeg dit gebed voorlezen en uitleggen, maar de tijd is te kort. Ik wil er u nochtans de laatste vraag van laten hoo ren (Vagevuur, XI).
Daar ontmoeten zij nog verscheidene schimmen, onder andere die van den schilder Oderisi.
Ik heb u gezegd, Mijnheeren, dat men Dante kwalijk kent, als men maar de Hel alleen gelezen heeft. Ik durf meer zeggen: de kennis van het Vagevuur en den Hemel doet beter de Hel verstaan en de schoonheid vatten en gevoelen van de meest bewonderde stukken. Waarom is, bijvoorbeeld, het vermaard verhaal van Ugolino zoo verheven schoon? Waarom is het zelfs, volgens Ghoete, die nochtans Dante niet beminde, het hoogste, dat de menschelijke kunst en het menschelijk vernuft bereiken kunnen? 't Is voornamelijk omdat de dichter een vaderhert had en een vaderhert moest toonen, dat te strijden had tegen het schrikkelijkste, dat een vaderhert kan aanvallen. (Hel, XXXII).
In het Vagevuur, XXIV, ontmoet Dante den dichter Buonaguinta van Lucca, met wien hij spreekt over de dichtkunst. Zie ik hier, waarlijk, zegt Buonaguinta,
Wilt gij hooren wat de liefde hem ingeeft, als hij spreekt van de Maagd Maria, de schoone bloem, die hij elken avond en morgen aanroept. Hij is bijna tot het hoogste van den Hemel gekomen met den H. Bernardus, die Maria smeekt den dichter te helpen en bij te staan.
En Bernardus begon dit heilig smeekgebed: (Hemel, XXXIII.)
P.B. Haghebaert,
Predikheer.