terug  begin  verder
[p. 516]

Heeft Hugo Verriest maar weinig geschreven?
door Joris Eeckhout.

De legende is het onkruid van den wetenschappelijken akker. Geen is taaier: echte kattestaart.

Ook het litterair arbeidsveld wordt er door overwoekerd.

Zooeven nog, kwam Henri Bordeaux in zijn ‘Saint François de Sales et notre Coeur de Chair’ op, tegen de meening, - die nog steeds bij de meesten als de gangbare versleten wordt, - als zou de schrijver van ‘l'Introduction à la Vie dévote’ inderdaad niets anders zijn dan een suiker-water-zoeterig auteur voor dames, wien alle, ook litteraire durf vreemd bleef.

Sainte-Beuve, - welke meer van die ongeijkte gewichten in den handel bracht, - bestempelde dezen heilige, die feitelijk was: ‘un montagnard intrépide, toujours prêt à courir au secours de ses ouailles, allant de la chaumière au château et du chevet du paysan à celui de la grande dame’ met den naam van: ‘doux cygne harmonieux’ en ‘pieux Lamartine’!

Wij hoeven echter niet buiten de grenzen van eigen litteratuur, om meer dan een flater van denzelfden aard op te pikken.

Hoe lang bijv. - om nu maar één staaltje op te halen - heeft men onze Hadewych niet vereenzelvigd met de kettersche Blommardine?

Het volstaat dat één geschiedschrijver, die het blijkbaar met het wetenschappelijk bronnen - onderzoek niet zoo ernstig opneemt, zich een bewering kwijt maakt, opdat deze onmiddellijk als een uitspraak-ex-cathedra worde geboekt!

Wee dan den onbezonnen vitter, die het aandurft, al ware 't ook maar schuchter-weg, zulkdanige meening in 't licht van 't wetenschappelijk onderzoek, even te betwijfelen! Als een ketter wordt hij uitgekreten; op zijn zachtst heet hij een ruitenbreker.

Ook omtrent den pastor-van-te-lande doet bij velen een legende opgeld. Verriest, zegt men, heeft veel gesproken, maar weinig geschreven.

[p. 517]

Dit is weer een van die uitspraken, die kant noch wal raken!

Verriest heeft veel meer geschreven dan men blijkt te weten.

Men sla er maar op na: ‘De Vlaamsche Vlagge’, ‘Rond den Heerd’, ‘Biekorf’, ‘Dietsche Warande en Belfort’, ‘Verslagen der K.Vl. Akademies’, ‘Van-Nuen-Straks’ en ‘De nieuwe Tijd’; - daaruit is stof op te diepen voor minstens een paar lijvige bundels proza-opstellen.

Wie de bijdragen uit voornoemde tijdschriften leest, staat verbaasd èn over de verscheidenheid der behandelde onderwerpen èn over den scherp-fijnen kijk op leven en kunst, waarvan zij getuigen.

Lang voor Kloos, heeft Verriest in menige Vlagge-bijdrage geschermd voor meer natuurlijkheid, meer oorspronkelijkheid, meer leven in de kunst!

Wat niet wegneemt, dat velen, die voorzeker, niet meer dan een paar opstellen van Verriest lazen of maar evenveel ‘causerieën’ van den zoetgevooisden tooveraar bijwoonden, altijd voort nog durven te bazelen, dat het bij den Ingoyghemschen pastor altijd was: koekoek-één-zang.

En op grond van zulke uitspraken, wordt dan de geschiedenis geschreven...

Wij aarzelen niet te beweren: ware het orgaan der stille Westvlaamsche werkers ‘in den lande’, zoo in 't Noorden als in 't Zuiden, in ruimer kring verspreid geworden, geen twijfel, of rond ‘die vlagge’ hadde zich geschaard een keurbende jongeren, die reeds voor '85, in de Nederlandsche Letterkunde zou gebracht hebben:

‘een nieuwe lente en een nieuw geluid’.

Hugo Verriest onderteekende zijn artikels meestendeels niet.

Iemand die vertrouwd is met zijn trant, zal ze nochthans zonder veel moeite, uit honderd andere erkennen.

Daarmee is echter niet beweerd, dat hier alle mogelijke vergissingen uitgesloten zijn. Verriest-zelf geraakte er niet altijd wijs uit, - althans dorst hij het niet aan, rondweg, voor het vaderschap van meer dan een opstel, uit te komen.

Toen ik, met het oog op mijn bloemlezing ‘Proza

[p. 518]

van Vlaamsche Priesters’, bij den hartelijken pastor om enkele proza-opstellen aanklopte, - (o zonnige Septemberdag, vol peerlemoeren verten!) - werden mij ter hand gesteld: de volledige jaargangen van ‘De Nieuwe Tijd’(1), waarin Verriest eigenhandig elk van zijn bijdragen onderteekend had. Enkele opstellen nochtans, droegen naast de beginletters: H.V., een ondervragingsteeken; onder andere, werd alleen maar een vraagteeken aangebracht.

Hierbij worden we eens te meer herinnerd aan de groote omzichtigheid, die alle apodictische uitspraken, op welk gebied ook, dient vooraf te gaan.

Wij laten hier de volledige lijst volgen der bijdragen van H. Verriest, uit de vijf jaargangen van ‘De Nieuwe Tijd‘.

Eerste jaargang.

1e Nr. - 1) Goede Lezer. 2) Kunst. 3) Onze Lieve Vrouwekerk te Kortrijk.
2e Nr. - 4) Baron Surmont. 5) Gent.
3e Nr. - 6) Guido Gezelle.
4e Nr. - 7) Il parle belge!
5e Nr. - 8) Turkeien en Armenien. 9) Het Vlaamsche Volk.
6e Nr. - 10) Kunst. (Grieksche Beelden, Christene Beelden, Heden).
7e Nr. - 11) Kunst. (Vondel.)
8e Nr. - 12) Kerstdag.
9e Nr. - 13) Nieuwjaar: (Karel De Gheldere). 14) Juffr. Teichmann.
10e Nr. - 15) Spanje en Cuba.
11e Nr. - 16) Ja of neen.
12e Nr. - 17) Alfred Weustenraad.
13e Nr. - 18) Mijn weerde Vriend: (Letterkunde in de collegiën).
14e Nr. - 19) Kunst: (Een Trapken hooger - Een Trapken leeger).
15e Nr. - 20) Kamers en Senaat.
16e Ur. - 21) De oude Abdij.
17e Nr. - 22) Creta. 23) Kunst.
18e Nr. - 24) Kinderen.
20e Nr. - 25) Creta.
21e Nr. - 26) G. Antheunis.
22e Nr. - 27) Tweede brief. (Wat wordt bij U gedaan voor het herworden van het Vlaamsche Volk - Voor de Vlaamsche Taal?)

[p. 519]

23e Nr. - 28) Kunst. (Rijzen!)
24e Nr. - 29) Mijn goede vriend! (Over en uit Upnofanes).
25e Nr. - 30) Paschen. 31) Nieuwe Tijd.
26e Nr. - 32) Turkeien.
27e Nr. - 33) Mistrouwen. Twee scholen. 34) Yper.
28e Nr. - 37) Dichter De Bo.
30e Nr. - 38) Sonnetten.
31e Nr. - 39) Kunst. (De poëzie der maat, der klanken en der beelden).
32e Nr. - 40) J.J. Cremer.
33e Nr. - 41) Fancy-Fair.
34e Nr. - 42) Ontworden. Studie.
35e Nr. - 43) Petrus en Paulus.
36e Nr. - 44) Processie te Lande.
37e Nr. - 45) 1302.
38e Nr. - 46) Taalstudie.
40e Nr. - 47) Hoe het volk spreekt.
41e Nr. - 48) De Wet De Vriendt-Coremans. 49) Claerhout.
44e Nr. - 50) De Prijsdeeling van Ruysselede. (Brief.)
45e Nr. - 51) De Davidsfeesten te Lier. - 52) Neêrlandsch, Hollandsch, Dialekten.
46e Nr. - 53) Sint-Antonius te Ingoyghem.
50e 51e en 52e Nr. - 54) Albrecht Rodenbach.

Tweede jaargang.

1e Nr. - 1) Léon Gauthier.
2e en 3e Nr. - 2) Rijmsnoer om en om het Jaar.
4e Nr. - 3) Versteenen. Fransch kunnen en Fransch zijn.
5e Nr. - 4) Weder binnen. (I)
3e Nr. - 5) Eertijds, nu en later.
9e Nr. - 6) Kerstboom.
10e Nr. - 7) Jan-Frans Willems.
11e Nr. - 8) Timeo virum unius libri.
13e Nr. - 9) Een Dichter. (Eckart). 10) Drij Sonatinen.
14e Nr. - 11) Luisteren.
16e Nr. - 12) Weder binnen. (II) 13) Een oude Brief.
17e Nr. - 14) Gevaar. 15) Kunst. - Niet rijp.
18e Nr. - 16) Kunst. Smaak.
20e Nr. - 17) Opvoeding. Nos jeunes Demoiselles.
21e Nr. - 18) Studie. Volk.
22e Nr. - 19) Les Imbéciles.
24e Nr. - 20) Dat is reeds zoo.
25e Nr. - 22) Algemeen Nederduitsch en Friesch. Dialecticon.
28e Nr. - 23) Kunst. Artist zijn.
29e Nr. - 24) Een Regenboog uit andere Kleuren. I. Grauw.
30e Nr. - 25) Kunst. Essais de critique catholique.
31e Nr. - 26) Regenboog. II. Blank-Bleek met doorschijnende licht-blauwe tinten.
32e Nr. - 27) Brief.
33e Nr. - 28) Karel Van de Putte.
34e Nr. - 29) Regenboog. III. Zwart.
35e Nr. - 30) Kunst. Die Drij.
36e Nr. - 31) 1302-1902. - 32) Twee Woorden. (Gebrek en Lombaard).

[p. 520]

37e Nr. - 33) 1302. (Vervolg.)
38e Nr. - 34) Regenboog. IV. Dolende Schaduwboorden.
39e 42e en 43e Nr. - 35) Een Voordracht over Shakespeare.
45e Nr. - 36) Rodenbach.
46e Nr. - 37) Thielt.
48e Nr. - 38) Mijn weerde vriend. (Over Shakespeare.)
49e Nr. - 39) Dubbel Werk. Van Buiten en van Binnen.
50e Nr. - 40) Ons Fransch sprekend volk.
52e Nr. - 41) Kunst. Twee Portretten.

Derde jaargang.

1e en 2e Nr. - 1) Constant Lievens.
6e Nr. - 2) Kunst. Binnen en buiten dien Kring. 3) Regenboog. V. Schemergrauw. Pier Derijcke.
9e Nr. - 4) Kerstdag. Weder binnen. III.
11e Nr. - 5) Verweer.
12e Nr. - 6) De Vlaamsche Kunst.
13e Nr. - 7) Pieter Busschaert.
15e en 16e Nr. - 8) Onze Westvlaamsche Vlamingen. - A. De Carne.
19e Nr. - 9) Pater Vyncke. 10) Een Parabel.
20e Nr. - 11) Gebonden. 12) Kloosterverzen.
21e Nr. - 12) Kloosterverzen (vervolg).
23e Nr. - 13) Mijn goeds vriend.
24e Nr. - 14 Uit den Oosten. I. Tale en Dichterlijkheid. - 15) O Zonne.
25e Nr. - 16) Regenboog. VI. Bleek-groen.
26e Nr. - 17) Kunst en Kunst.
27e Nr. - 18) Uit den Oosten. II. Over onze Tale in den Oosten.
28e Nr. - 19) Emmanuel Vierin.
29e Nr. - 20) Kamiel Watteeuw. Een Studentenkop uit verleden Dagen.
31e Nr. - 21) Uit overjaarschen Zomer. Blankenberghe.
32e Nr. - 22) Regenboog. VII. Jan Braecke. Oranjevlekken boven donker blauw.
33e Nr. - 23) Quasi una Fantasia.
34e Nr. - 24) Klare Lucht. Ursenie.
35e Nr. - 25) Potterije.
36e Nr. - 26) Dat Halleke en de Groote Markt.
37e Nr. - 27) 1302. De Slag der Gulden Sporen.
39e Nr. - 28) Weder binnen. De Vespers.
43e Nr. - 29) Aan Eerw. Hr Pieter Baes, diocesanen School-opziener.
44e Nr. - 30) Blauwe Lucht. Een Schoon Gezin. Buitenkant alleen, in Lichtprente.
46e Nr. - 31) Eugeen van Oye.
48e Nr. - 32) Halewijn.
49e Nr. - 33) St-Pieter en St-Paulus.
50e Nr. - 34) Alfons Vanhee.

Vierde jaargang.

1e Nr. - 1) Prachtige Vodden.
4e en 5e Nr. - 2) Smaak. - Voordracht aan de studenten van Met Tijd en Vlijt, te Leuven.

[p. 521]

6e Nr. - 3) Brugge.
7e Nr. - 4) G. Gezelle.
8e Nr. - 5) Kerstdag.
9e Nr. - 6) G. Gezelle (vervolg).
12e Nr. - 7) Hendrik Persijn.
13e Nr. - 8) Onze Bibliotheek of Boekrek.
16e Nr. - 9) Smaak (vervolg).
18 Nr. - 10) G. Gezelle (De Ziener).
19e Nr. - 11) Houdt de Kinders bezig.
20e Nr. - 12) Vlaamsch blijven.
26e Nr. - 13) Dubbele schat.
27e Nr. - 14) G. Gezelle. (De Vinder.)
33e Nr. - 15) Krystallisatie.
35e Nr. - 16) Preusch zijn.
36e Nr. - 17) Die Klauw. 18) Halleke blijft.
38e Nr. - 19) Vlaamsche Koppen. Stijn Streuvels.
40e Nr. - 20) Eene andere voordracht. (Over G. Gezelle).
42e Nr. - 21) Het schoonste van Oudenaarde.
40e Nr. - 22) Lijkrede op 't Graf van Renaat Adriaens.
52e Nr. - 23) Renaat Adriaens.

Vijfde jaargang.

1e Nr. - 1) Voordracht over het Lied (gesproken tusschen de twee deelen van een avondfeest, te Sint-Niklaas).
4e Nr. - 2) Dokter Karel De Gheldere.
5e Nr. - 3) Krueger.
9e Nr. - 4) Mijn Eerweerde Vriend.
11e Nr. - 5) Twee vragen.
12e Nr. - 6) Gustaf Delescluze. Artist zijn.
13e Nr. - 7) Voordracht aan de Leden van Met Tijd en Vlijt, te Leuven. - Onderwerp: Vrij.
15e Nr. - 8) Een Brief aan Stijn Streuvels.
17e Nr. - 9) De Zegepraal.
18e Nr. - 10) Die Macht is Onmacht.
19e Nr. - 11) 250 Guldens.
20e Nr. - 12) Een kostelijke Boek.
21e Nr. - 13) Jonge Dichters.
25e Nr. - 14) Middentoon. 15) Eene Printe.
26e Nr. - 16) Amaat Vyncke.
27e Nr. - 17) Vlaamsch. 18) Stijn Streuvels.
28e Nr. - 19) Emiel De Monie.
30e Nr. - 20) Aan den Eerw. Heer Priem, pastor van Waermaerde.
32e en 33e Nr. - 21) Vlaamsche Koppen. Legio.
35e Nr. - 22) Kunst. Aan Waermaerde. 23) Guido Gezelle. Een Jubellied.
36e Nr. - 24) Vlaamsche Koppen. Dokter Deplae.
37e en 38e Nr. - 25) Vlaamsche Koppen. Guido Gezelle.
40e Nr. - 26) Mijn weerde Vriend. 27) Rijkdom. Armoede. 28) Andries Dewet.
44e en 45e Nr. - 29) Vlaamsche Koppen. Dokter Lauwers.
46e Nr. - 30) Vlaamsche Koppen. G. Gezelle (vervolg).
49e Nr. - 31) Van een blijden Achternoen.
52e Nr. - 32) Mac Kinley.

[p. 522]

In ‘De Nieuwe Tijd’ alleen dus, bij de twee honderd opstellen!

Onder de volgende opstellen staat: H.V.?

Tweede jaargang.

49e Nr. - Weer binnen. II.

Derde jaargang.

14e Nr. - De groote gazetten op jacht.
16e Nr. - Spalding Grit.
28e Nr. - Gij hitst het volk op.

Vierde jaargang.

6e Nr. - Verslag van Gezelle's Begraving.
31e Nr. - Evenredige vertegenwoordiging.
34e Nr. - Vrouwenbeweging.

Deze dragen alleen, een:?

Derde jaargang.

17e Nr. - Beelden en Stemmen uit Armenië.

Vierde jaargang.

29e Nr. - Fabrieken op den Buiten.

Vijfde jaargang.

6e Nr. - Eene Bladzijde uit de geschiedenis van den huishoud der Pauzen in hunne kerkelijke Staten.

 

* * *

 

Wie bekend is met de boeken van Hugo Verriest, heeft in deze lijst, hier en daar, een oude kennis ontmoet.

Veel nochtans - het grootste gedeelte van deze bijdragen - bleef onuitgegeven.

Ook uit andere tijdschriften - bizonder uit ‘De Vlagge’ - moeten nog schatten op te diepen zijn. - Wie bezorgt hier den volledigen inventaris van zoo veel verdoken schoons?

In de Februari - zitting der K. Vlaamsche Akademie werd door Al. Walgrave, de aandacht gevestigd op de verspreide proza-opstellen van den pastor-van-te-lande. Hij besloot zijne lezing - en we besluiten hier met hem - in dezer voege:

‘Al is het waar, dat de levensomstandigheden en de eigen aard van zijn wezen, Verriest eerst en vooral tot “spreker”, tot “pro-fes-sor” en “prophêta” hebben gevormd, - al is het waar dat zijn gedrukte voordrachten maar een verbleekte weergave blijven van zijn wonderbare welsprekendheid in klank, gebaar en daad, - al is het waar, dat hij de letterkunde

[p. 523]

herleid heeft tot de natuur, die is: niet het geschrevene of gedrukte eerst, maar voor alles de spraak; de taal is eerst iets dat gesproken en gehoord wordt - en dat hij daarom in de geschrevene letterkunde na eenigen tijd minder begrepen en genoten zal worden, toch is hij een kunstenaar, zelfs met het geschreven woord: wij zien het, als 't ware, onder zijn penne worden, uitplooien en bloeien!

Zijn beeld van Gezelle, zoowel in “Voordrachten” als in “Twintig Vlaamsche Koppen”, is daarvan een prachtig voorbeeld, en nog best van al het beeld van Amaat Vyncke; de levenlust in den held van 't opstel krijgt uit de levenslust van den schrijver een wonder vasten vorm, die geen marmer is, maar vleesch, bloed en ziel. Zoo is het ook hier en daar in deze verspreide geschriften.

Daarom ware 't spijtig, zoo ze bleven schuilen in oude tijdschriften; een nieuwe en goede keuze daarvan zou moeten tot boek gebundeld worden, dit huldejaar nog.’

Om die bloemlezing uit Hugo Verriest's onuitgegeven werk tot stand te brengen, schijnt me Al. Walgrave als vanzelf de aangewezen man. Geen is te onzent beter op de hoogte van al wat West-Vlaanderen's letterkunde aangaat.

Gent, Maart, '24.

(1)‘De Nieuwe Tijd’. Weekschrift uitkomende elken Donderdag, aan vijf frank per jaargang. J. De Meester; Rousselare. Werd gesticht in 1896. Het eerste nr verscheen den 5n November '96.

terug  begin  verder