i.s.m.
[p. 97]
Jan van Nijlen
Verzen
i
De boodschap
Avond aan avond roept een onbekende
Vogel die zingt mij naar het open raam.
Waarheen ik ook mijn zoekende oogen wende,
Ik zie hem nooit, ik ken niet eens zijn naam.
Is er misschien nog een geluk te grijpen
In de belofte van die late stem?
Een vogel roept en, zonder te begrijpen,
Ben ik in droom den ganschen nacht bij hem.
ii
Wanneer?
Wanneer zal ik, in 't warme gras gezeten,
En in den gloed van een laat middaguur,
Bevrijd van alles wat ik wou vergeten,
Genezen van de drift naar avontuur,
Den vrede vinden van dat eenig uur
Waarop de geest, verwonnen en bezeten,
Niet langer strijd voert tegen de natuur
Maar 't lichaam wegzendt naar den boord der Lethe?