terug  begin  verderprepost
[p. 98]

M. Coole
La belle que voila...

 
Nu is misschien de teere droom gebroken,
 
zijt gij weer u en ben ik weerom mij,
 
wordt wat verborgen lag nu naakt en vrij:
 
ik heb uw hand geraakt, met u gesproken.
 
 
 
Ik vond uw beeld in prenten en in boeken,
 
en hoorde uw stem soms in een oud refrein;
 
de rijpe man durfde de vrouw niet zoeken,
 
zij bleef een kind, hij wou nog jongen zijn.
 
 
 
Ik zag u weer, 't leven wil àltijd weten,
 
ach, uit uw haren viel de blauwe strik,
 
er was niet meer dit vonken van uw blik...,
 
maar 't knapenhart in mij kan niet vergeten...

prepostterug  begin  verder