i.s.m.
[p. 166]
Hubert van Herreweghen
Trekvogels
De Zomer die ons heeft bedrogen;
O weemoed dien de Herfst ons leert.
Boven de wolken, trage en hooge,
een zwarte vogel vóór mijn oogen,
die naar het Zuiden keert.
Magische vlucht der wilde ganzen
en kraanvogels met luid gekrijsch
over het land vol gouden glansen.
Dan valt de schaduw die den ganschen
Winter verduistert, tot de nieuwe reis.
Ontvanklijk hart, kwetsbare zinnen,
er is geen honk in Oost of West
of gij zijt rusteloos, er binnen.
Leert toch het leven te beminnen
of wat er van het leven rest.