i.s.m.
[p. 287]
Gabrielle Demedts
Tehuis
Liefde, ik heb u weergezien;
het bange fluistren van het hart ging over
in zaalge verrukking voor uwen toover.
Liefde, ik heb u weergezien,
in 't harde seizoen van striemenden regen,
't bekend schuiloord uwer oogen vol zegen
zooals het milde houtvuur
in mijn lieve oude thuis.
O zoo blijde verrast strekten de handen
zich uit, tot vergeten banden omspanden
den warmen slag van den pols.
Zoo: van oog tot oog met u,
in vrees, in zoet hopen, uren en uren,
o wondend geluk, dat eeuwig mocht duren.
Ach, steeds weerhouden, mij over te geven
ten goeden strijd om het algoede leven!
Toch: oog in oog - dank, o gij,
eens word ik vrij. Word ik vrij
mij te vlijen in den glans uwer vuren,
in mijn verloren thuis, uren en uren...?