i.s.m.
[p. 263]
Ivan Ollevier
Gedichten
Artefact
mondvorm van het bos
fossielen die hij naar
boven haalt - vissen,
hagedissen
restanten van een zwartgetande bodem
plots is er geen hemel van
stenen meer: mijn adem maakt zich los
[p. 264]
Topografie
het is de nacht, de nacht
onland van geen gewicht
uitgeregend donker van de slapende
putten in het bos
naar de brandende heuvel langs het pad
trekt hij voorbij
daar, beneden: valt een gat in zijn spreken
[p. 265]
Signatuur
1
het begon met de lucht, een
grote zwarte kei
grenspalen worden uitgezet
stappend, zichzelf tot stervens toe
naderend, aan de rand van het veen, waar
muggen dansen
verdwijnt hij achter het huis
kon hij verder zonder te ademen, zei hij
[p. 266]
2
verder dan je kunt zien: de
gapende putten van de avond waarachter
mist vallen zet
een gestalte jaagt
boven het moeras
de sluipschutter - hij kijkt niet op
slaat met gloeiende spijker
vleermuis aan de paal
ziet de glanzende schedel tussen het roet,
de lamp die walmt