De hier gepresenteerde, wat ongewone gedichten komen hoofdzakelijk uit maisprühdose / geknautschte zone (Grenz-Echo-Verlag, Eupen, 1991), een gemeenschappelijke dichtbundel van Norbert Hummelt en Ingo Jacobs. De prozatekst ‘onmogelijk geschiedenisschrijven’ en de gedichten ‘aan daffodils’ en ‘& vandaar komt’ werden oorspronkelijk gepubliceerd in het tijdschrift krautgarten / forum für junge literatur (nrs. 17, 21 en 22), dat nu aan zijn twaalfde jaargang toe is. Het wordt uitgegeven in St.Vith in de Belgische Eifel, het zuidelijke gedeelte van de zogenaamde Oostkantons, de Duitstalige Gemeenschap van België.
Krautgarten is een keurig uitgegeven tijdschrift met literaire bijdragen en artikels over kunst, vaak regionaal gebonden, maar zonder krampachtige bijbedoelingen. ‘Wij schrijven niet om ons culturele bestaan internationaal te bewijzen. In de allereerste plaats drukken wij onszelf uit. Wanneer velen dit gelijktijdig doen resulteert dat in een concerterend landschap met vrolijke stemmen, en wat wij aan levendigheid en kleur winnen is op zich reeds een loon’, schrijft hoofdredacteur Bruno Kartheuser in het woord vooraf van krautgarten 8. Hummelt en Jacobs publiceren regelmatig in het tijdschrift: Hummelt sinds 1990, Jacobs, die vanaf 1990 tot de redactie behoort, al sinds 1987.
De Duitser Norbert Hummelt (1962) woont in Keulen. Van hem verschenen eerder de dichtbundels oh anatomie (1987) en irre parabel (1990), beide in Keulen, bij Sotie. Een nieuwe bundel knackige codes verschijnt dit jaar bij de Berlijnse uitgeverij Druckhaus Galrev.
Ingo Jacobs (1969, Malmédy) studeert filosofie, Duitse en Nederlandse filologie in Keulen. Van hem verscheen ook nog de dichtbundel 20 copies (Keulen, Alpha-Press, 1990). Sinds 1992 is hij zanger en tekstschrijver van de Keulse popband der text hat nichts mit dem inhalt zu tun!
Hummelt en Jacobs zijn beiden verbonden aan de ‘Autoren-werkstatt’ te Keulen en treden vaak samen op, allebei ook met Marcel Beyer. Van Beyer en Hummelt verschenen ohratohrium (audiocassette 1987), Das Abenteuer Sprechfolter (videocassette 1990); van Beyer en Jacobs text lügen videos (1990), Manische Montage (1991), 17 halbe stunden (1992).
voor Ingo Jacobs
voor Jeanette
Hij staat op. Hij loopt. Hij wordt door iets beziggehouden. Wat houdt deze mens bezig? (Ik denk: ‘Kan ik zo getikt zijn? Mag ik zo getikt zijn? Wat ligt daar op de grond?’) Ingo drinkt, Ingo lacht, tot ik pijn in mijn hoofd heb; de omgeving is heel ongewoon, maar niet heel nieuw. Er wordt unaniem besloten te verwerpen, een ruimte te ontwerpen. Formeel. Mijn grootvader van moederskant was van beroep tuinman en onderhield in het voorvoorjaar de volgende woorden: ‘De plantengroei in het voorjaar, reeds komen wij weer aan zelfde punten terug!’ Mijn grootmoeder krijste toen goedkeurend: ‘Steeds die nieuwe variaties!’ Op dit punt nu kon ik het heel goed met grootmoeder vinden. Het is net dit wat op mijn zenuwen werkt. Ik zit op een stoel voor een zomers café en drink bier in grote hoeveelheden omdat ik uiteindelijk niets hartstochtelijker wens dan onderzoeker van de roestoestand te worden: twee keer onmogelijk metaniveau. Terwijl grootvader reeds aan een beroerte overleden is, verschillend, drinkt die naast mij waarachtig geitemelk. Hij staat recht. Hij loopt. Hij wordt door iets beziggehouden. Hij doet zijn beklag bij de alleraardigste bediening over de zure geitemelk, beledigt haar, zegt: ‘Kutwijf!’ Zij slaat op zijn bek, hij dankt beleefd. (‘bend me, shake me, anyway you want me’ - ‘Krab mij, bijt mij, bind mij aan de verwarming’). Wij komen van de blauwe bergen. Hij loopt tegen een boom, ik drink, ik lach, tot ik pijn in mijn hoofd heb.