terug  begin  verder
[p. 453]

Marcel Wauters
voor wijlen gaston burssens

het is me niet helemaal duidelijk, zei meneer k. hij knipte de schakelaar over en bekeek oplettend de nu helverlichte interpellant die een leeg soepbord in beide handen droeg. u verlangt soep te halen in de refter, vroeg meneer k. ja, antwoordde de man, maar ik vind de weg niet in deze wirwar van gangen. ik breng er u wel heen, troostte meneer k. ziet u meneer, prevelde de man, ik heb ook geen soepbonnetjes meer. meneer k. zocht in zijn zakken en vond een gekreukt bonnetje dat hij de man overreikte. dank u, mag ik van de gelegenheid en uw goedheid gebruik maken om u ook even om raad te vragen, vervolgde de man, ga uw gang maar, zei meneer k. welnu, begon de man, mijn zoon miskent me, het grieft me en mijn vrouw kiest geen partij. u moet weten dat ze veel ouder is dan ik. ze had reeds een volwassen zoon toen ze als ongehuwde huishoudster bij mijn ouders in dienst trad. ik zal geen details aanhalen, maar nadat ze zwanger door me werd, zijn we getrouwd. we kregen een dochter, een lief meisje, meneer, ze is intussen ook reeds in de echt verbonden. haar zoon, van mijn vrouw bedoel ik, heb ik wettelijk erkend als mijn kind. was het ergens een dwaling? ik kan er niet over oordelen, zover gaat mijn kennis niet. de jongen die zwakzinnig is en bij ons inwoont, dat moet u ook weten, meneer, heeft er zich nooit rekenschap van gegeven dat hij ouder is dan zijn vader, ja zo is het werkelijk meneer, ik ben jonger dan mijn zoon. gisteren echter heeft hij het ontdekt en nu wil hij me niet meer als zijn vader aanvaarden. moet ik eruit besluiten dat hij plots genezen en niet meer zwakzinnig is? het ware te mooi, het is uitgesloten, meneer, het volstaat hem bezig te zien om dat te begrijpen. wat ik nu graag van u wou vernemen, meneer, hoe zou ik best volgens u, meneer, op deze toestand reageren?

terug  begin  verder