terug  begin  verderprepost
[p. 225]

Codicologisch en paleografisch commentaar

Vs. 1. In het hs. begint de tekst met een grote initiaal waarin een volledig bewapende ridder met getrokken zwaard is afgebeeld; op het schild dat hij voor zich houdt, is het blazoen uitgeradeerd.

Deze initiaal is negen regels hoog. In het smalle stukje kolom is nog plaats voor de tekst van de eerste drie versregels. Om het einde van vs. 1 en 2 te markeren staan er aan het verseind een aantal rode punten; achter vers 3 staat een enkele punt.

Vs. 14. Verwijs en Verdam geven Sagremoet op grond van het rijm. Het handschrift heeft ongetwijfeld Sagremort; zie ook Lijst van Persoonsnamen, Bijlage I, bl. 233.

Vs. 63. Na de r van baroene is het hs. door een vlek slecht leesbaar.

Vs. 180. Tijdens het afschrijven bemerkte de afschrijver dat hij een vers vergeten had. In de tekst plaatste hij een paragraaf-teken op de plaats waar het vergeten vers moest staan. Onder aan de kolom herhaalde hij het teken en schreef er vers 180 achter. Naast door de corrector bijgeschreven verzen, meestal met een dergelijk verwijzingsteken, komen dit soort aanvullingen nog een tiental malen in het hs. voor. Er wordt, wanneer zij geen enkel probleem opleveren verder geen melding van gemaakt.

Vs. 216. Het hs. heeft dat.

Vs. 239. Het hs. heeft Ende aten daer. daer was etc. Wij behouden deze lezing.

Vs. 388. In het hs. luidt dit vers: ‘hi begreep enen groten .i. groten staf’. De laatste drie woorden zijn van de hand van de corrector.

Vs. 477 en 479. In het hs. als gorgie; de beide Franse handschriften hebben resp. escorgie en corgie. Vgl. voor de spelling hier vs. 4407. (Vgl. de aantekening bij vs. 1793).

Vs. 493. In het hs. heeft de begin s van si een merkwaardige krul gekregen zodat deze letter er vrijwel uit ziet als een h.

Vs. 554. Het hs. heeft schnikel.

Vzn. 557/558. Zoals de verzen hier staan, is dat volgens een emendatie van Verdam; het handschrift heeft:

 
‘Die knape en conste hem niet wachten bat
 
Si quamen toe ende stakenne na dat’.

Bat en ne bij stakenne na dat zijn van de hand van de corrector.

Vs. 657. In het hs.: ‘Ende die knape sprac her keye...’

Vs 967. Na lach heeft het hs. in de hand van de corrector nog: bat af.

[p. 226]

Vs. 1420. het woordje Si is bijzonder onduidelijk geschreven; het zou een verbeterd ‘ende’ of hi kunnen zijn; vgl. v. 493.

Vs. 1517. Het hs. heeft utēmatē, dus eigenlijk utenmaten. Blijkbaar een fout van de afschrijver, die een verkeerd afkortingsteken heeft aangebracht.

Vs. 1754 Hs. heeft Baerbelane. Vgl. vzn. 2372 en 3763 en Lijst van Persoonsnamen, Bijlage I, bl. 229.

Vs. 1793. Hs. hem brachiert. Kennelijk kent de afschrijver deze Franse technische ridderterm niet; ook in de vzn. 3246, 4117 en 4765. Vgl. vzn. 477/79 m.b.t. scorgie en vs. 3657 m.b.t. aviser, vs. 4202 m.b.t. alselieren.

Vs. 1821. Het hs. heeft hier ten onrechte het afkortingsteken boven de n. van het negatieve partikel en.

Vs. 1940 Hs. ziele.

Vs. 2002. Dit vers is door de corrector achter het voorgaande geschreven. Van het woordje spare is niet te zien of door het besnoeien van de marges de slot-n is weggevallen.

Vs. 2071. Het hs. heeft der dagarake.

Vs. 2190. Overdiep wijst er in zijn editie reeds op, dat het erop lijkt dat een latere hand de woorden die smale door kleine lijntjes verbonden heeft.

Vs. 2284. Achter leet staat in het hs. een punt. De corrector heeft verstaet daarachter toegevoegd.

Vs. 2309. Het hs. heeft hantharich.

Vs. 2361. Hs.: Dant.

Vs. 2384. In het hs. staan de woorden al baer niet gescheiden.

Vs. 2560. In het hs. ontbreekt hi.

Vs. 2610. In het hs. staat na riep een punt. Zeer waarschijnlijk hebben we ook hier te doen met het wegvallen van de voor die punt horende afkorting. Hier zou dat wel F voor Ferguut moeten zijn. Vgl. bijv. J. Greidanus, Beginselen en Ontwikkeling van de Interpunctie, in 't biezonder in de Nederlanden. Utrecht, 1926. blz. 119.

Vs. 2791. Het hs. heeft een lombarde, die op deze plaats geen functie lijkt te hebben. Een nieuw gedeelte van het verhaal begint echter wel bij vs. 2793. De tekstbezorgers laten daar, aangegeven door inspringen van de kantlijn, een nieuw hoofdstuk beginnen.

Vs. 2864. In de marge staat ondersteboven, kennelijk gelijktijdig met de rest van het hs., iets gekrabbeld dat wellicht [...] er seuen kan zijn.

Vs. 2872. Het hs. heeft Hine.

Vs. 2880. Het hs. heeft achter lieue een punt. Vgl. hier de beschrijving van het handschrift, bl. 43.

Vs. 3018. Het hs. heeft geen aanduiding voor het begin van een nieuw gedeelte van het verhaal.

Vs. 3246. Hs.: hi enbrachiert (vgl. vs. 1793).

Vs. 3260. moete niet in hs.

Vs. 3475. Hs.: iegen ode.

[p. 227]

Vs. 3478. Hoewel het handschrift beschadigd is, lijkt de lezing ‘leeden’ wel juist.

Vs. 3481. In het hs. staat hier i.p.v. een grote initiaal een paragraafteken als aanduiding van het begin van een nieuw hoofdstuk.

Vs. 3637. In het hs. ontbreekt niet.

Vs. 3657. Het hs. heeft anisiert. (Vgl. de aantekening bij vs. 1793).

Vs. 3659. Het hs. heeft varue.

Vs. 3775. Vgl. vs. 3481. Evenwel lijkt het paragraafteken hier een vers te laag aangebracht. Het hoort vóór vs. 3774 te staan.

Vs. 3776. Hs. heeft het.

Vs. 3889. Het hs. heeft riken stene.

Vs. 3909. Het hs. heeft vort.

Vs. 4087. Het hs. heeft iane.

Vs. 4178. Vgl. vs. 3889.

Vs. 4181. Het hs. heeft ioncfrouwe.

Vs. 4188. Het hs. heeft acoleien.

Vs. 4202 Het hs. heeft alselieren; kan deze schrijfwijze op dezelfde wijze (gebrekkige kennis van het Frans) verklaard worden als in de gevallen genoemd bij vs. 1793?

Vs. 4204. Zoals uit de taalkundige aantekening bij Galienen der coninginnen (vs.4204) blijkt levert dit laatste vers enige moeilijkheden. Wellicht is het feit dat vs. 4204 aanvankelijk werd overgeslagen en pas later onderaan de kolom door de corrector (?) werd bijgeschreven oorzaak voor de naamvalsperikelen.

Vs. 4216. Hs. heeft hi.

Vs. 4549 Het afkortingsteken in ‘branden’ zou van latere hand kunnen zijn; vorige tekstbezorgers hebben daarom ook de lezing braden gekozen.

Vs. 4765. Hs.: ontbrachiert. Vgl. de aantekening bij vs. 1793.

Vs. 4891. Hoewel bijna iedere kolom met een grote hoofdletter versierd met penwerk begint, is hier het begin van een kolom aangegeven met grote initiaal zoals die bij de beginregels van een hoofdstuk staat. Het vers bevat een belangrijke wending van de verteller. Misschien dat hier de laatste zitting van de voordracht van de tekst is aangegeven. De hoofdletter bij vs. 4979, ook aan het begin van een kolom heeft wel dezelfde uitvoering als de normale kolominitialen, maar is een kwart hoger, ook dit vers bevat een duidelijke ingreep van de verteller.

Vs. 4979. Moet de initiaal aan het begin van een nieuwe kolom vanwege zijn grotere hoogte als begin van een hoofdstuk opgevat worden? Vgl. de aantekening bij vs. 4891. - Wij volgen hier de opvatting van de vorige uitgevers.

Vs. 5211. In het hs. ontbreekt her.

Vs. 5445. Het hs. heeft moets se.

Vs. 5601. Door een beschadiging is messcreven vanaf de tweede s niet geheel leesbaar.

 

M.J.M. de Haan.

prepostterug  begin  verder