[p. 642]

Vrees

 
Ik vraag mij af
 
hoe lang het nog duren zal
 
dat ik als een bal
 
heen en weer word geslingerd
 
en van vreezen verval
 
tot steeds dieper vreesachtigheid
 
en hoe kort is de tijd
 
dat ik als een bevende voorjaarswingerd
 
tegen den machtigen muur van het leven hang!
 
 
 
waarvoor ben ik bang?
 
 
 
ik ben bang voor het uur
 
dat de dood mijn lichaam ontbinden zal
 
en mijn ziel wordt gezet in het vuur,
 
ik ben bang dat ik staan zal tegen den muur
 
en dat de kogel niet missen zal...
 
ik ben bang, dat ik noch in den duur
 
noch daarna in de schaduwen van het Dal
 
den weg naar het hart des levens
 
meer vinden zal -
 
 
 
ach, de vreezen zijn zonder tal...

H. Marsman