[p. 210]
Het Kind en de stervende Zeeanemoon
Zooals hij op koortsdroomen lette
Die prachtig de keel dichtsnoeren,
Zoo zag hij het weerblauw, geel, bruinpolitoeren
Dier zich in het naargeestigste zwart omzetten,
Bracht onnut voedsel naar 't glas, droomde van de zee,
Verkleurde haast zelf met die weeke bol mee,
Die, waar geen vader of moeder 't belette,
Naar een wondere reis verglêe
.
S. Vestdijk