[p. 363]
Avondlijk Tweegesprek tusschen den Dichter en de Harmonica
Uitgezweken, weggebleekt
En tot vaalheid afgeslonken
Is de late dag verzonken
In een giftig niets dat breekt
.
Neergedaan tot schandlijk grauw
Bukt het vaag plantsoen te loeren,
Achter stoffige contouren
Kermt het als een zieke vrouw
.
Dat is de harmonica
Die schijnt dreinend na te pleiten
En hardnekkig slaagt mij bij te
Blijven als ik verder ga
.
‘Doe niet zoo pathetisch, zwijg!
Ik ben heusch nog niets vergeten
Die hier thans met afgemeten
Stappen langs u henen tijg:
Zij was jong en ik een kind
Levend van gedroomde daden
.
Tot haar minnespel beraden
Vond ik wat ik nooit meer vind
.
't Was die kermis in Chalon
-
O, de geur der hippodromen!
-
Toen voor 't eerst zij is gekomen
In haar witte nachtjapon
...
Manen dreven traag voorbij
Millioener sterren tochten
.
Saam op mythische gedrochten
Door het nachtruim reden wij
.
[p. 364]
't Is geweest en afgedaan
En elkaar allang vergeven,
En daartusschen ligt een leven
En het is voorgoed vergaan
.
Weg dan met die weeke wijs!
Ben ik niet een daagjen ouder,
Harder, rustiger en kouder?
Word ik niet al aardig grijs?
Wat geweest is, is geweest
.
'k Wil hieraan nu niet meer denken
.
Ik laat mij niet door u wenken
Tot dit teemerige feest
.
't Schrijnt nog maar ter nauwer nood
.
Laat mijn rust mij, om te trachten
Onverschillig af te wachten
Den engros kleptomaan dood.’
‘- Altijd, altijd kom ik weer
.
Altijd heb 'k u iets te vragen
.
Gij vindt, vluchtend, toch behagen
In dien stagen wederkeer
.
Loop maar: mij ontkomt ge niet
.
Veel gewonnen, meer verloren!
Waarom wilt ge uzelf niet hooren
In het drenzen van mijn lied?
Was zij jong? Waart gij een kind?
Waarlijk! laat ons haar betreuren:
Sterrengruis en kermisgeuren
Vlagen met den zomerwind
.
Hoor mijn langgerekt accoord
...
In die heugnis, leer ervaren,
Eeuwig leeft wat even maar een
Grond van u heeft aangeboord
.’
[p. 365]
Uit een duister niets dat breekt
Vaag uit de plantsoen-contouren
Kermend en bezwerend roeren
Klanken zich, vervaald, verbleekt;
Volgen mij hardnekkig na,
Vragen, dringen, roepen, zeuren;
Valsch deunt blijheid door dit treuren
.
-
Speel niet meer, harmonica!
Victor E. van Vriesland
Uit een bundel in voorbereiding:
Herhalingsoefeningen
.