[p. 570]

In de Duinen bij Waalsdorp

 
De afstand krimpt weer in tusschen den ruiter
 
En waar de raven krassen voor 't gevaar.
 
Het helmgras trilt in 't wind'rig overfluiten.
 
Hij rijdt vooruit, op 't bruin paard klein en zwaar
 
 
 
De duinen zijn een golvenhorizon,
 
Dichtbij, haast te betasten, geel tot grijs.
 
Zijn hoed verdwijnt. De raven houden wijs
 
De zwarte wacht, alsof 't niet zwarter kon.
 
 
 
Zijn hoed verschijnt! De gele manen komen
 
Als branding bovendrijven bij de vogels.
 
Zij krassen voor 't gevaar! De halmen stroomen.
 
Tien kogelvangers houden alle kogels!
 
 
 
Hij rijdt omhoog, en roekeloos ontbloot
 
Verstart hij legendarisch op den kop:
 
Veldheer boven een zand'rig Marengo!!
 
De raven vliegen verder, geven 't op.

S. Vestdijk