terug  begin  verderprepost

4. De Bron van de Münchense geomantie.

Een geomantisch traktaat dat reeds hierboven terloops werd vermeld, verdient onze bijzondere aandacht. Het wordt toegeschreven aan Abdallah en de volledige Latijnse tekst ervan is slechts in vier handschriften bewaard. Het is een vertaling in het Latijn die wellicht in de eerste helft van de veertiende eeuw werd gemaakt van een oorspronkelijk in het Arabisch geschreven traktaat. Dit Arabisch werk wordt toegeschreven aan de geomanticus en astroloog Abdallah ben Ali ben el-Mah'fuf over wiens leven alleen geweten is dat hij voor 1265 gestorven is1.

 

Het werk bestaat uit een proloog en twaalf hoofdstukken.

 

In de proloog wijst Abdallah erop dat de geomantie zestien figuren gebruikt. Bij het geomantisch thema onderscheidt men vier moeder-figuren, vier dochter-figuren, vier kleindochter-figuren, twee getuigen en een rechter.

 

Het daaropvolgend eerste hoofdstuk verklaart hoe het geomantisch thema wordt opgebouwd en constateert dat er acht pare figuren en acht onpare zijn, d.w.z. figuren waarvan het totaal aantal punten een paar of een onpaar getal opleveren. Het tweede hoofdstuk bestaat uit twee ta-

[p. 24]

bellen, één voor de pare en één voor de onpare figuren, en geeft voor elk van de twee groepen van acht figuren de onderscheiden benamingen, het geslacht, de kleur, de smaak en de geur die ze geacht worden te vertegenwoordigen, samen met de overeenstemmingen of correspondenties die ze vertonen met de stenen, de planten en de dieren.

 

De hierna volgende acht hoofdstukken handelen elk over één van de acht pare figuren, de enige die rechter kunnen zijn, d.w.z. Populus, Via, Fortuna Minor, Fortuna Major, Acquisitio, Amissio, Carcer en Conjunctio. Voor elk van deze rechterfiguren heeft men een tabel met antwoorden op een aantal welbepaalde vragen. Er zijn vijfentwintig vertikale kolommen en acht horizontale banden per blad. Deze laatste corresponderen met de verschillende mogelijke combinaties van eenzelfde rechter met twee van de zestien geomantische figuren. De vertikale kolommen geven elk antwoord op een van de volgende vragen:

1.de statu querentis.
2.de querente regem.
3.de querente justiciam.
4.de querente pecuniam.
5.de querente acquirere.
6.dispositio matrimonii et de excecutione et esse ejus.
7.dispositio pregnantis et de pregnicione, quid paritura sit.
8.dispositio infirmi et quid erit de eo.
9.dispositio civitatis obsesse et quid erit de eo.
10.de querente, utrum habeat natum vel non.
11.de furto et re amissa, utrum recuperatur.
12.de querente pro viagio.
13.de absente, utrum veniat.
14.de incarcerato et ejus liberacione.
15.de pluvia et quantitate ejus.
16.de querente rem sepultam vel occultam et certitudinem ejus et locum.
17.de negociacione et ejus lucro.
18.de dispositione exercitus processuri.
19.de dispositione exercitus accessuri super civitatem.
20.de duobus exercitibus volentibus pugnare.
[p. 25]
21.de qualitate absonsi quod petitur.
22.de peregrinatione, si fieret vel non.
23.de querente de pugna.
24.de precio victualium, utrum carescant vel vilescant.
25.de disposicione anni, et quid erit in eo boni vel mali.

Het voorlaatste hoofdstuk bespreekt de onpare figuren die, zoals gezegd, nooit als rechter kunnen voorkomen. Een speciale betekenis krijgen ze als ze herhaaldelijk in het thema voorkomen. Het laatste hoofdstuk handelt over de omstandigheden waarin de geomantie dient beoefend te worden. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat deze laatste twee hoofdstukken niet in alle bewaarde handschriften voorkomen.

 

De Latijnse vertaling van Abdallahs geomantie werd in haar geheel in het Italiaans vertaald door Zacharius Ebreo. De grootste invloed is echter uitgegaan van die hoofdstukken waarin de tabellen met antwoorden op de vijfentwintig vragen voorkomen.

 

Een fragment van deze tabellen is in een Franse vertaling uit de vijftiende eeuw bewaard gebleven1 en een andere Franse vertaling van uittreksels uit het werk van Abdallah - vermoedelijk weer alleen de tabellen - bevond zich eens in de bibliotheek van het Louvre te Parijs maar blijkt nu verdwenen te zijn2.

[p. 26]

Verder is er een Engelse vertaling uit de zeventiende eeuw1 en de tabellen werden in de zestiende eeuw ook in het Duits vertaald. Bovendien werden ze soms in andere geomantische traktaten ingelast, zoals b.v. in de compilatie voor koning Richard II en in het werk van Rolandus Scriptoris2.

 

De Nederlandse geomantie uit het Münchense handschrift blijkt een getrouwe vertaling te zijn van de tabellen uit het traktaat van Abdallah. De eerste en de laatste hoofdstukken werden in de Nederlandse vertaling weggelaten, zoals dat, we vermeldden het reeds zoëven, wel meer gebeurde.

 

Een vergelijking van de vragen in de Nederlandse versie miet de Latijnse vragenlijst die we hierboven reeds opsomden, toont deze sterke gelijkenis ten volle aan3:

1.Dese tafel inhout tgeual der menynge.
2.Tgeual des geens die suect enen coninck.
3.Inhoudende tgeual des goens die recht geert.
4.Inhoudende tgeual des die gelt wil vercrigen.
5.Tgeual des geens die suect te vercrigen enich dinc.
6.Tgeual des hyelics.
7.Tgeual der dragende.
8.Tgeual des zieken mensche.
9.Tgeual der belegender stat.
10.Off si kint hebben sal.
11.Vander dyeffte.
12.Vander reyse.
13.Vanden ghenen die van ogen is.
14.Vanden geuangene.
15.Vanden regen.
16.Vanden begrauenere dinge.
[p. 27]
17.Vanden wasdom ende vander wynninge.
18.Vanden wtgaenden heere.
19.Vanden toecomenden heere.
20.Vanden tween heeren.
21.Vanden verloren dingen.
22.Vanden bedeuaert.
23.Vanden vechtere.
24.Vanden cope.
25.Vanden geualle des jairs.

Voor elk van de acht geomantische figuren die als rechter kunnen optreden worden in vertikale kolommen deze vijfentwintig vragen beantwoord. Bij elke rechter zijn er tweemaal acht horizontale verdelingen waarbij telkens boven de rechter twee van de zestien mogelijke moederfiguren afgebeeld staan die men bij het punkteren kan bekomen op de wijze die hierna wordt uitgelegd.

 

Of de Nederlandse tekst rechtstreeks op de Latijnse terug te voeren is of dat hij integendeel uit de Franse vertaling in het Nederlands werd verder vertaald, is moeilijk met zekerheid te bepalen, aangezien van de Franse tekst slechts een klein fragment voorhanden is.

1A. Ziegler, Op. cit., p. 168; T. Fahd, Op. cit., p. 201; Th. Charmasson, Op. cit., p. 200-204. Deze Abdallah is dus niet dezelfde als de Abdallah az-Zanati waarover we het ook reeds hiervoor hebben gehad.
1J. Gauthier, ‘Grimoire d'un sorcier du XVe siècle’, Revue des Sociétés savantes VI(1882), 200-209. De corresponderende Franse teksten voor Acquisitio, 1o kolom (fol. 41v in de hier uitgegeven tekst) luiden er als volgt:
1. Cest signe est de mesons, de mons, de choses mucees en mesons, de fames, de choses vielles, anchiennes, que l'on quiert acquerre.
2. Cest signe est de fortunes et de quérant fortunes, et des choses que l'en ne puet avoir et les affectans de ceu que l'en a après labor, enz.
2J. Delisle, Op. cit., III, p. 149, no 737.
1Th. Charmasson, Op. cit., p. 202.
2Th. Charmasson, Op. cit., pp. 202-204.
3Daar de eerste twee vragen van de eerste rechter (Populus) die op de verso-zijde van blad 1 voorkwamen, nu ontbreken, worden de 25 vragen hier opgesomd zoals ze bij de tweede rechter (Via) op fol. 11v e.v. voorkomen.
prepostterug  begin  verder