terug  begin  verder

45.
Na dat Duckdalve het zeem door den mont ghestreken hadde metten Pardon, heeft hy willen de wolle beginnen te plucken door den thienden penninck, +

Op de wijse: Rijck Godt hoe is mijn boelcken dus wilde.

 
Help nu u self so helpt u Godt,
 
Uut der Tyrannen bant en slot,
 
Benaude Nederlanden,
 
Ghy draecht den Bast al om u strot,
5
Rept flucx u vrome handen.
[p. 100]
 
De Spaensche hoochmoet valsch en boos,
 
Sant u een Beudel 7. Goddeloos,
 
Om u Godloos te maken,
 
Gods woordt rooft hy door menschen gloos 9.,
10
En wil u t'gelt ontschaken.
 
 
 
So neemt hy elck sijn hoochste goet,
 
Die t'woort der zielen voetsel soet,
 
Om draf niet willen derven,
 
Becoopent met haer roode bloet,
15
Of moeten naeckt gaen swerven.
 
 
 
Maer die sijn hert op Mammon stelt,
 
Moet oock ombeeren t'lieve gelt,
 
Sijn God, sijn vleesch betrouwen,
 
Hy eyscht den thienden met ghewelt,
20
Diet gheeft, sal niet behouwen.
 
 
 
Want gheeftmen dick 21. van thienen een,
 
Daer blijft ten lesten een noch 22. gheen,
 
Wol 23. mach een Herder stillen,
 
Dees Wolf is met wol noch melck te vreen,
25
Hy wil de schaepkens villen.
 
 
 
Sijn buyck is onversadelijck
 
Bloet en geltdorstich stadelijck 27.,
 
Als die met wreeden moede
 
T'slants ghelt verquist verradelijck
30
Aen Conincklijcken bloede.
 
 
 
Verdient dan sulck u H 31.uerlinck fel,
 
Den thienden Penninck niet seer wel,
 
Om t'Nederlant te schinden?
 
Gheeft ghy hem die, soo maeckt 34. ghy snel
35
Den bant om u 35. te binden.
 
 
 
O Nederlant ghy zijt belaen
 
Doot ende leven voor u staen,
 
Dient den Tyran van Spangien,
 
Of volcht (om hem te wederstaen)
40
Den Prince van Orangien.
[p. 101]
 
Helpt den Herder 41. die voor u strijt
 
Of helpt den Wolf die u verbijt,
 
Weest niet meer Neutralisten,
 
Vernielt den Tyran, t'is nu meer dan tijt, 44.
45
Met al sijn Tyranisten.

+No. 45. Naar N. Verder in E. I en alle latere, behalve K. S. V. Bij V. L. XXXIV; Van Duyse II, 1664; Willems, Oude Vlaemsche Liederen no 35; Van Vloten, Nederl. Geschiedz. I, 373; Loman, Twaalf Geuzeliedjes no 1; Wackernagel no 92, enz.
Bor geeft het lied I, 289 ‘vermits het niet gedrukt is geweest’ en plaatst het in het jaar 1569, dus onmiddellik na het voorstellen van de tiende penning. Het opschrift wijst op een latere tijd; immers het laat het Pardon vooraf gaan. Nu is het lang niet onwaarschijnlik, dat het opschrift van latere datum is, dan het gedicht zelf. Het opschrift schuift ook veel meer dan het lied zelf de tiende penning op de voorgrond: in het laatste wordt de tegenstand daartegen zelfs met minachting bejegend. Evenals het Wilhelmus heb ik dit lied indertijd gerangschikt onder de van de Prins zelf uitgaande. Een bezwaar is wel de afwijkende houding tegenover de Koning. Zie Onze Eeuw 1917, 362. Toch komt het me voor, dat het opschrift gelijk heeft en niet Bor. De krijgshaftige toon en de aansporing om te kiezen tussen Alva en de Prins doen veel meer denken aan de dagen van de hernieuwde eis van Alva en voor de tweede inval van de Prins. Daarom plaats ik het lied in 1571 en wel in het laatste deel.
De melodie is in de Souterliedekens van 1539 gebruikt voor Ps. XIII, bij Van Duyse t.a.p.; Loman t. a. p.; id. Oud-Ned. L., bl. 52; Mincoff, bl. 158.
Opschr. zeem: honig.
7. beudel: beul.
9. gloos: verklaring.
21.Bor, natuurlik foutief, maar eigenaardig, Duc i. pl. v. Dick.
22.noch. Bor of.
23.Wol is zeker de juiste lezing. Toch hebben I. J. L-O. AA-DD Wolff, dat wel uit het volgende vers is ingedrongen, waar het in geen enkele uitgave ontbreekt. P heeft zoeken te verbeteren: Herder kan den Wolf.
27. stadelijck: voortdurend.
31.sulck u. O. P. BB sulcken.
34.maeckt. N naeckt, drukfout.
35.u. Q-DD die.
41.den herder. Bor desen Prins.
44.Bor: Verbijt den tyran, 't is nu den tijdt.
terug  begin  verder