+No. 45. Naar N. Verder in E. I en alle latere, behalve K. S. V.
Bij V. L. XXXIV; Van Duyse II, 1664; Willems,
Oude Vlaemsche Liederen n
o 35; Van
Vloten,
Nederl. Geschiedz. I, 373; Loman,
Twaalf Geuzeliedjes n
o 1; Wackernagel
n
o 92, enz.
Bor geeft het lied I, 289 ‘vermits het niet
gedrukt is geweest’ en plaatst het in het jaar 1569, dus onmiddellik na
het voorstellen van de tiende penning. Het opschrift wijst op een latere tijd;
immers het laat het Pardon vooraf gaan. Nu is het lang niet onwaarschijnlik,
dat het opschrift van latere datum is, dan het gedicht zelf. Het opschrift
schuift ook veel meer dan het lied zelf de tiende penning op de voorgrond: in
het laatste wordt de tegenstand daartegen zelfs met minachting bejegend.
Evenals het
Wilhelmus heb ik dit lied indertijd gerangschikt
onder de van de Prins zelf uitgaande. Een bezwaar is wel de afwijkende houding
tegenover de Koning. Zie Onze Eeuw 1917, 362. Toch komt het me voor, dat het
opschrift gelijk heeft en niet Bor. De krijgshaftige toon en de aansporing om
te kiezen tussen
Alva en de Prins doen veel meer denken aan de dagen
van de hernieuwde eis van Alva en voor de tweede inval van de Prins. Daarom
plaats ik het lied in 1571 en wel in het laatste deel.
De melodie is in de
Souterliedekens van 1539 gebruikt voor Ps. XIII, bij
Van Duyse t.a.p.; Loman t. a. p.; id. Oud-Ned. L., bl. 52; Mincoff, bl.
158.
Opschr.
zeem: honig.