Hierom verlaet het Aerdsch', en staegh na boven siet,
10
En acht 't dwaes geklap van Paep noch Munnicken niet:
Want God der Goden God, sal rechten met bescheyt,
Die hier 't eenvoudigh Volck, met valsheyd heeft verleyd.
+No. 3. Naar A. Niet in B, wel in E. I. J. L-P. T. U. X. Z-DD.
Het stond reeds in de door mij veronderstelde oudste druk φ. Bij V.L.
XXXIII. In de Bibl. Thysius No. 839: Een Dialogus, gevolgd o.a. door ‘De
X Gheboden Gods’ en ‘De X Gheboden des Paus’ tegenover
elkander gesteld. De tijd van vervaardiging is niet na te gaan. Een melodie wordt in geen der drukken opgegeven.