+No. 6. Naar A, het eerst opgenomen in de door mij
veronderstelde uitgave ω van 1581. Ook in B. G. I. J. L. M. N. Q. R. U.
Bij V.L. XIV, Wackernagel No. 82. De tijd van vervaardiging is niet nauwkeurig
vast te stellen.
1.heydensche nacie: Christenen. Door Christus is het
verbond, dat God eerst alleen met de Joden had gesloten, nu ook met de Heidenen
gesloten. Tegenover de Joodsche natie heeten de Christenen dus de Heidensche
natie.
31.gherenoncieert. B. C. F. G lezen hier
ghementioneert. Blijkbaar begreep B niet, dat in deze regel
hebben is uitgelaten, wat trouwens niet zoo gewoon is als de
overeenkomstige weglating van zijn. Toch komt het in het oudere
Nederlands, evenals in het Duits, dikwijls voor.
35.altijt ontbreekt in A, welke drukfout reeds
in B verbeterd is.
+
Willem van Haecht, fakteur van de kamer der
Violieren in Antwerpen, reeds tijdens het landjuweel
van 1561. Dit versje is dus mogelik al ouder dan 1566. Over Van Haecht, die ook
onder No. 7 als dichter is aangewezen, zie o.a.
Te Winkel, Ontwikkelingsgang V, 53 en
passim.