terug  begin  verder
[p. 11]

6.
Een nieu Liedeken, ghesonghen van de Cameristen der Violieren tot Antwerpen. +

 
Aenhoort ghy Heydensche nacie 1.,
 
Die door Christum tot ghenade quaemt,
 
Hij roept u tot sijnder gracie,
 
Dus coemt eer dat ghy blijft beschaemt 4.:
5
Met hem versaemt 5.
 
Al in sijn Goddelijck woort ghepresen:
 
Soo wie dat den name Gods ghebenedijt 7.
 
Ghelooft, en aanroept altijt,
 
Die sal door Christum salich wesen.
 
 
10
God sprack met woorden vreedsame 10,
 
Tot Abraham: door u saet voorwaer
 
Sullen die Heydenen bequame
 
Ghebenedijt sijn in Christum lofbaer:
 
Want dwoort seer claer,
15
Gheeft warachtich ghetuych van desen:
 
Soo wie dat den name Gods ghebenedijt
 
Ghelooft en aenroept altijt,
 
Die sal door Christum salich wesen.
 
 
 
Dlicht is den Heydenen ghegheven, 19.
20
Dus te wijl ghijt hebt wandelt daer in,
 
Soo comdy uut den doot int Leven,
 
En soeckt Christum alleen voor u ghewin,
 
Met hert en sin;
 
Wilt sijn woort hooren, verstaen, en lesen:
25
Soo wie dat den name Godts ghebenedijt
 
Ghelooft en aenroept altijt,
 
Die sal door Christum salich wesen.
 
 
 
Hy is dat beloefde saet reyne,
 
Dwelck Adam was ghepropheteert,
30
Maer sy versmaeyden die Fonteyne
[p. 12]
 
En dlevende Water gherenocieert 31.:
 
Dies u verneert,
 
Op dat ghy u qualen laet ghenesen:
 
Soo wie dat den name Gods ghebenedijt
35
Ghelooft en aenroept altijt 35.,
 
Die sal door Christum salich wesen.
 
 
 
Hoe Princelijck heeft hy vertreden
 
Helle, Doot, met dat oude Serpent?
 
Aent cruyce voor des menschen doot gheleden,
40
En ghelaten tot een nieu Testament.
 
Christum bekent,
 
Want ghy met hem sijt verresen:
 
Soo wie dat den name Gods ghebenedijt
 
Ghelooft en aenroept altijt,
45
Die sal door Christum salich wesen.
 
 
 
 
 
PER HAECHT. +
+No. 6. Naar A, het eerst opgenomen in de door mij veronderstelde uitgave ω van 1581. Ook in B. G. I. J. L. M. N. Q. R. U. Bij V.L. XIV, Wackernagel No. 82. De tijd van vervaardiging is niet nauwkeurig vast te stellen.
1. heydensche nacie: Christenen. Door Christus is het verbond, dat God eerst alleen met de Joden had gesloten, nu ook met de Heidenen gesloten. Tegenover de Joodsche natie heeten de Christenen dus de Heidensche natie.
4. beschaemt: teleurgesteld. Vgl. Rom. X, 11.
5. versaemt: treedt met hem in gemeenschap. Toespeling op het devies der kamer: In jonsten versaemt.
7.Vgl. Rom. X, 13.
10,vgl. Vgl. Gen. XXII, 18.
19.Luc. II, 32.
31.gherenoncieert. B. C. F. G lezen hier ghementioneert. Blijkbaar begreep B niet, dat in deze regel hebben is uitgelaten, wat trouwens niet zoo gewoon is als de overeenkomstige weglating van zijn. Toch komt het in het oudere Nederlands, evenals in het Duits, dikwijls voor.
35.altijt ontbreekt in A, welke drukfout reeds in B verbeterd is.
+ Willem van Haecht, fakteur van de kamer der Violieren in Antwerpen, reeds tijdens het landjuweel van 1561. Dit versje is dus mogelik al ouder dan 1566. Over Van Haecht, die ook onder No. 7 als dichter is aangewezen, zie o.a. Te Winkel, Ontwikkelingsgang V, 53 en passim.
terug  begin  verder