+No. 9. Naar I. Verder in E. J. L-Q. U. Bij V. L. VII. Ook bij
Wackernagel No. 96. De wijs. In N en de volgende heet het P. d. Goza. De tijd is moeilik vast te stellen. Spotdichten tegen de mis
zijn al vroeg talrijk. Bij de vertalingen van Fourmennois, waaronder het
Wilhelmus, is ook een satire tegen de mis. Zo ook
Légende véritable de Jean le Blanc, waarvan in 1575 en
1596 nog een vertaling van Fruytiers uitkwam. (
Kalff, Gesch. d. Ned. Lett. i. d. 16e eeuw, II 93).
Met ons lied is vooral te vergelijken
Marnix
Bijencorf (uitg. 1657) fol. 144. Ik heb het lied
evenals V. L. in de dagen voor de beeldenstorm geplaatst. Het kan licht veel
ouder zijn. Misschien is het ook uit Noord-Nederland, want onder de
Sacramentisten is bespotting van de mis zeer gewoon. Vgl. Scheffer,
Geschiedenis der Kerkhervoming, bl. 555.
1.niet: N. Q. R. U wel, maar in de
inhoudsopgave niet, behalve U, die ook daar wel heeft.
10,vgl.: De priester toont zich, als hij zijn ogen
weer opent, verwonderd, dat de koorknaap niet, terwijl hij de ogen dicht had
(d'loyken = dat luiken), de ouwel heeft weggepakt.
+Goyken: afgodje; boyken: verkleinwoord van
bode, en wel in de zin van afgevaardigde, vertegenwoordiger, dus met hatelike
toespeling op de opvatting, dat de ouwel het lichaam van Christus
vertegenwoordigt.
15.ombijt, eenv.: maaltijd, maar met de
bijgedachte, dat de priester niet mag eten, voor hij de mis leest.
22.ten thooge: ten toon. Vgl. bij
Marnix, 144 vo: ende mijn Heer
de Paep sijne slippen van achter op heft, als oftmen zijnen Almanack wilde
bekijken, enz.
35.trecken: het brood breken; den kelck
lecken, vgl.
Marnix a. w. f. 145: Noch sult ghy daer uyt
verstaen, waerom dat hij den kelck soo vriendelijck leckt, als een Aep sijne
Jongeskens doet.
36.Met haer gecken: ze zien, dat hij hen voor de gek
houdt.
38.De ablutio, waarbij de beker met wijn wordt
afgespoeld en ook de vingers van de priester met wijn en water. Op een
dergelijke ablutio wordt blijkbaar ook op het einde van het koeplet
gedoeld.