+No. 11. Naar I. Verder in J. L. M. Bij V.L. XLV. Het volgt in I
op No. 75. dat geenszins van dezelfde inhoud is. Het opschrift is dus eenvoudig
uit een vroegere druk overgenomen; vlg. hetgeen opgemerkt is in Tijdschr. v.
Ned. T. en Lett.kunde 36. bl. 277. [Voor den volksdichter was er misschien toch
wel genoeg overeenkomst om ‘vanden selven inhout’ te zeggen: in No.
75 wordt geschimpt op de priesters, die uit den aflaat en het vagevuur geld
slaan, en in No. 11 wordt den Paus hetzelfde verweten. L.] Het lied is zeker niet later dan 1566 te stellen, misschien nog
vroeger, maar in vs. 84 ligt reeds een zekere triumf. De wijs wordt medegedeeld door V. Duyse II, 1024. Zij wordt ook
opgegeven bij No. 62, 201 en 235.
4, 5:Ik zal u verklaren de ware betekenis van de
woorden, die hij spreekt.
39.geschoren als een sot, vgl. den gek
scheren en de naar aanleiding van die uitdrukking aangehaalde voorbeelden,
Ndl. Wdb. IV, 937.
45.en ontbreekt in alle drukken, maar kan voor
de gedachte niet gemist worden.
46:De mis stelt hij voor als een herhaling van het
offer, dat Christus voor onze zonden heeft gebracht.
49:Daar men die, nl. de zaligheid, toch geheel door
Christus ontvangt.
56vlg. Het koeplet slaat op de aflaat: Christus is in
gesloten ijzeren kisten opgeborgen; hij kan niet vrij zijn genade bewijzen;
alleen als men aan de paus geld geeft, krijgt men deel aan hem.
62.puer kan geen attribuut bij Zielen
zijn: de reine zielen toch hebben het vagevuur niet meer noodig. Is het hier
misschien adverbium = ‘waarlijk’? Of moet er voor set iets
anders gelezen worden? Dat puer setten = ‘zuiver maken’ zou
zijn, is toch wel wat vreemd.
71.Hij heeft zich zelf die plicht, nl. v. d.
oorbiecht, opgelegd.
78.Vgl. 2 Thessal. II, 3, waar gezegd
wordt, dat de dag van Christus pas te wachten is, als ‘geopenbaard zij de
mensch der zonde, de zoon des verderfs’.