terug  begin  verder
[p. 28]

15.
Hier beginnen de Liedekens van Paepken uut, +

ende gaet op de wijse, Broeders en Susters en, etc.

 
Ick hope dat den tijt noch comen sal,
 
Datmen sal roepen over al,
 
Eendrachtich voor een Leus,
 
Als Breerode met blijde gheschal,
5
Vive vive le Geus.
 
 
 
Die Edele Heere van Breeroe soet,
 
Metten Graef van Nassou dat Edel bloet
 
Seer Ingenieus 8.,
 
Den Grave van Culenburch 9. metter spoet,
10
Vive vive le Geus.
 
 
 
Dese hebben ons verlost vanden Cardinael 11.
 
En van de Kettermeesters int generael,
 
Vanden Bisschop 13. seer pompeus,
 
Dus roepen wy met blijschap altemael,
15
Vive vive le Geus.
 
 
 
Sy hadden ons ghepast 16. te brenghen inden noot,
 
Als Slachtschaepkens diemen doot
 
Met Tyrannije beus:
 
Dus roepen wy, want Godt verdroot, 19:v
20
Vive vive le Geus.
 
 
 
Sy hadden na ons bloedt ghevast 21.,
 
Ons goet te nemen hadden sy ghepast,
 
Want sy maken ons fameus
 
Voor den Coninck, maer roept ontlast,
25
Vive vive le Geus. 25.
[p. 29]
 
Hertoch Eerick 26. heeft hem sterck gheset,
 
Teghen die Waerheyt reyn en net,
 
Met Lancen ende Speer:
 
Hierom gheeft Godt diet heeft belet,
30
Lof, glory, prijs, end eer.
 
 
 
Die Prins van Orangien triumphant,
 
Met andere Baroenen hier int Lant
 
Sy waren damboreus 33.,
 
Godt maeckte haer synen wille bekant,
35
Vive vive le Geus.
 
 
 
De Deken van Ronsen 36. om Gods woort bloot,
 
Hy heeft ghebracht menich Christen ter doot
 
Met moede preus 38.:
 
Daerom roepen wy cleyn en groot,
40
Vive vive le Geus.
 
 
 
De Marcgraef van Antwerpen 41. is een wreet Tyrant,
 
Hy heeft de Christenen verdroncken en verbrant,
 
Met nijde dangereus 43.,
 
Dus roepen wy tot zijnder schandt,
45
Vive vive le Geus.
 
 
 
Bisschoppen en Prelaten achtmen nu niet meer,
 
Noch den Paus met syne valsche Leer,
 
Want sy zijn venineus:
 
Dus roepen wy teghen haer eer,
50
Vive vive le Geus.
 
 
 
Verblijt u alle gader met groot iolijt,
 
Die den Cardinalen 52. draghen de Trouw te spijt,
 
Als sy vragen na de Leus,
 
Dus segt altijt en weest verblijt,
55
Vive vive le Geus.
 
 
 
Danckt Godt den Prins van Hemelrijck.
 
Ghy die de Waerheyt soeckt ghelijck,
 
Hoe langer hoe meer,
 
Betert u, gheeft Godt autentijck 59.,
60
Lof, glory, prijs end eer.
+No. 15. Naar A. Ook in alle andere uitgaven behalve S en V. Bij V.L. X; V. Duyse II, 1592; V. Vloten I, 271; Wackernagel, no 86.
Het lied behoort tot de oudste door mij veronderstelde bundel φ van 1574.
De tijd van vervaardiging zal wel kort na de aanbieding van het Smeekschrift (5 April 1566) vallen.
Over de melodie zie V. Duyse t.a.p.
Opschrift. In A volgen no 33 en 18.
8. Ingenieus: voornaam, edel, dus onder invloed van ingenuus, niet van ingeniosus.
9. Floris van Pallandt.
11. Granvelle vertrok in Maart 1564.
13.Met de Bisschop wordt, zoals Goossens in zijn ‘Franciscus Sonnius in de pamfletten’ p. 28 wel terecht vermoedt, Sonnius bedoeld, toen bisschop van 's-Hertogenbosch, maar beschouwd als aanstaand bisschop van Antwerpen.
16. passen: er op toe leggen.
19:daar het God verdroot.
21. vasten na: hunkeren naar.
25.A Gues.
26. Hertoch Eerick. Eric II van Brunswijk was in 1546 van Luthers Katholiek geworden. Na de aanbieding van het Smeekschrift verzamelde hij troepen voor de koning, vgl. o.a. Blok, Gesch. v. het Nederl. Volk III, 36 en 57.
33.damboreus?
36. De Deken van Ronsen: Pieter Titelman, de eerste inquisiteur in Vlaanderen.
38. preus: dapper.
41. De Marcgraef van A: Ian van Immerseel, markgraaf d.i. schout (zie 1, vs. 42) van Antwerpen.
43. dangereus: trots, heerszuchtig.
52.B-H. K en P lezen Cardinael. Waarschijnlik verstond B er Granvelle onder, terwijl de dichter een ruimere bedoeling had.
59. autentijck: de ware; waarschijnlik alleen maar een stopwoord.
terug  begin  verder