[p. 32]
17.
Een nieu liedeken,
+
op de wijse,
Swinters Somers even groen.
Christelicke Broeders hier beneven,
Soeckt nu u salicheyt met vlijt:
Wilt na des Heeren woort nu leven
Soo meucht ghy eewich zijn verblijt:
5
Want de Tyrannen zijn verbeten
5.
Die ons vervolch deden aen:
dAfgoden Beelden zijn om ghesmeten,
Dat heeft die Vivelegeus ghedaen.
Papen en Monicken moeten nu loopen,
10
Alsoot nu blijct int openbaer:
Die haer Verdiensten pleghen te vercoopen
Voor haer en quam noyt droever maer:
Gods volck pleghen
13.
sy te vernielen
En deen haer in speloncken
14.
gaen:
15
Nu loopen sy selfs met Kackhielen
15.
,
Dat heeft die Vivelegeus ghedaen.
Metten en Vesperen, wilt hier op ghissen
17.
,
Die zijn nu heel ter neder ghevelt,
Completen
19.
, Vigilien, ende Missen
20
Daer sy af ontfinghen vele ghelt,
Twert haer nu te rechte vergouwen
Sevenvout, na Davids vermaen
22.
:
Men gheeft nu oock gheen ghelt van Trouwen,
Dat heeft die Vivelegeus ghedaen.
25
O lieve Ghecapte ende Gheschoren
Hoe ist met u nu dus verkeert?
Datmen u hier niet meer en wil hooren
Hoe wel ghy zijn ghesalft, ghesmeert:
Men plach u goeden dach te bieden
30
Op de Merckt int openbaer plaen
30.
,
Nu moet ghy uut u vette Keuckens vlieden,
Dat heeft die Vivelegeus ghedaen.
[p. 33]
U leering en is niet Gods woort puere
Die ghy dus lang hebt voortghestelt,
35
Daerom wortse nu na de Schriftuere
Uutgheroeyt al met ghewelt:
Het volck en wil niet meer aenbeden
Jan Melis in die halve Maen
38.
:
Hy is certeyn met voeten ghetreden,
40
Dat heeft die Vivelegeus ghedaen.
Princelicke Papen, Papisten alle gader,
Ick rade u na mijn beste verstant,
Loopt en bidt tot den Paus u vader
Dat hy de Geusen int Nederlandt
45
Inden Ban wil doen op alle dese plecken,
Oft sy sullen u noch stellen op Raen
46.
,
Het volck dat acht u nu voor ghecken,
Dat heeft die Vivelegeus ghedaen.
+
No. 17. Naar A. Het eerst opgenomen in de veronderstelde druk χ. Verder in I. J. L. M. Bij V.L. VIII.
Het liedje is kort na de beeldenstorm te plaatsen 1566, vgl. vs. 7.
5.
verbeten:
omgebracht.
13.
pleghen:
plachten.
14.
in speloncken:
in de gevangenis.
15.
met kackhielen loopen:
als schooiers of bedelaars omzwerven.
17.
wilt hier op ghissen:
reken daar maar op.
19.
completen:
de laatste kerkdienst van de dag.
22.
vermaen A:
vermaent.
Ps. 79, 12: Ende geeft onsen naburen sevenvoudigh weder in haren schoot haren smaet, daer mede sy u, o Heere, gesmadet hebben.
30.
plaen:
openbaar; voorzeker; een zeer gewoon stopwoord.
38.
Jan Melis in die halve maen,
de gewone scheldnaam in de Geuzenliederen voor de ouwel in de monstrans.
46.
stellen op raen:
radbraken.