En ter eeren van 'tHuwelyck, wedden wy voor hondert pont:
Dat Christus ter Bruyloft was, en noyt in geen
Profes.
+No. 20. Naar V. Bij V.L. XIII. Ook in
Beelzebubs Testament, vgl. bij no
8. De tijd is niet te bepalen. Het lied kan zeer wel uit een tijd,
vrij lang na de beeldenstorm, dagtekenen, misschien zelfs wel uit de jaren
(1577 vlgg.), waarin de in de 2e Serie No. 7 der Maetsch. der Vlaemsche
Bibliophilen afgedrukte refreinen enz. thuis horen, maar uit gebrek aan andere
gegevens heb ik het gedicht op het jaar 1566 laten staan, ofschoon het me
twijfelachtig voorkomt, of geuserije in vs. 2 al zo vroeg in de
betekenis van ketterse gevoelens zal zijn gebruikt.
6.Jan, hetzelfde als tJan van B. T.: bij
Sint Jan.