27.
Als nu
Madamme van Parma met het Hof door den Spaenschen Raedt,
de benden van Ordonnantie versien, de Garnisoenen verdobbleert, een ontallijck
Crijchsvolck soo bedectelick als sy mochten, vergadert hadden, hebben sy het
roemen ende lachen der Geusen, voor een tijdt lanck in bitteren claghen
verandert, als volcht:
+
+No. 27. Naar A, al opgenomen in de oudste druk φ. Ook in
alle andere, behalve S en V. Bij V.L. XXIII. Tijd van vervaardiging voorjaar 1567, nadat
Margaretha de opstand door de overwinning te
Oosterweel en de inneming van Valenciennes enz. had
onderdrukt. Waarschijnlik heeft ook het vertrek van
Oranje en anderen al plaats gevonden en valt het lied
dus in de dagen van de grote uitwijking. Het schijnt altans uit de kringen der
zogenaamde Wilde of Boschgeuzen afkomstig en bevat vele herinneringen uit de
Klaagliederen van Jeremia.
37.Met den Coninck Josia. In 2 Koningen
XXIII wordt verhaald, dat Josiah alle zaken verdelgt, die op de
afgodendienst betrekking hebben en de tempel reinigt. Dan vs. 21: Houdt den
Heere uwen God Paschen, gelijk in dit boek des verbonds geschreven is; vs. 22:
Want gelijk dit Paschen was er geen gehouden, van de dagen der richteren
af.
38.De Protestanten wilden terugkeeren tot de zuivere
kerk der eerste eeuwen van het Christendom.