+No. 28. Naar I. Verder In J. L M. S. Bij V.L. II. De wijsaanduiding is naar de psalmen van Datheen. Blijkens de
aanvangsregel en de wijs is het lied een weerslag op no 1. Van
Lummel plaatst het lied in 1565, 66, denkende aan de beroering die vooral in
Antwerpen was ontstaan tengevolge van de brief des konings van
Dec. 1565 over de inquisitie en de handhaving der plakaten, de daarop gevolgde
aanschrijving van
Margaretha aan alle goeverneurs en raden, en aan de
mededeling van
Bor I, 34: ‘so is 't-Antwerpen des nachts
tusschen den 22 en 23 Decembris op drie of vier plaetsen een geschrift geplact
geweest, inhoudende in substantie een klachte opten naem van de borgeren aen de
Wet tegen d'Inquisitie’ enz. Intussen is de inhoud eer een vermaning aan
de Antwerpenaars of tegen de regering dier stad dan een opwekking tot verzet
tegen de koning. Ik plaats het daarom liever in 1567 in de tijd, dat de komst
van
Alva werd verwacht.
6.int assen, het onzijdig gebruikte en
enkelvoudig bedoelde assen voor assche, vgl.
Verdam, Mnl. Wdb., ook elders in de
Geuzenliederen.