+No. 29. Naar C. Verder in D. F. G. I. J. L. M. S. Bij V.L.
XXIV. Lied van 1567. De aangegeven psalm is uit Datheen. Van Duyse
geeft II, 1608 een ander lied op
Alva's komst, maar dat zal wel van latere datum zijn,
daar het uit
Valerius is overgenomen en dus waarschijnlik door
die is vervaardigd.
10.Openb. XVII, 3 vlgg.; natuurlik
wordt de Roomse kerk bedoeld.
14.Heeft nu voorspoet is gezegde zowel bij
Dit Caims ghebroet als bij haer boose daet. tenzij men het
laatste als bijstelling bij voorspoet wil opvatten.
25.Joab is de trouwe veldheer van David, die op
verraderlike wijze Abner (vs. 34. vgl. 2 Samuel III, 27 en
1 Kon. II, 5) en Amasa (vs. 32, vgl. 2 Sam. XX 9,
10 en 1 Kon. II. 5) vermoordde. Met Joab kan dus
Alva bedoeld zijn, maar dan zou den tyran
in 27 op Philips moeten slaan, wat niet in overeenstemming is met de in deze
jaren nog gewone eerbied voor de koning. Misschien wordt dus met de tyran juist
Alva gemeend en is Joabs gheslacht, mannen
als Joab, dus gezegd van zijn handlangers en partijgangers in de
Nederlanden.
40.Autoriteyt en commissie zijn
blijkbaar het gezag van de Kerk en de opdracht om op een voorgeschreven wijze
te handelen in tegenstelling met het door de Protestanten uitsluitend erkende
gezag der H. S.
47.Melis in de halve Maen, de hostie in de
Monstrans, evenals meermalen in de Geuzenliedjes en elders.
49.Dees drie voornoemt, nl. in de drie
voorafgaande koepletten: Kain, Joab, Judas. Met de Potentaten moeten
Alva en zijn helpers dan wel bedoeld zijn.
68.'s Heeren ghetal: de door God vastgestelde jaren,
zoals in de Openbaring te lezen is. Misschien denkt de dichter aan
Openb. XIII, 18.