+No. 35. Naar A, reeds in de oudste druk φ opgenomen. Verder
in B. C. D. F-M. S. Bij V.L. XXXVIII. De wijze is die van Ps. VI van Datheen. De tijd is 1569. Het opschrift luidt in B: Een nieu Liedeken, enz.; in de
latere kortaf: Een Liedeken. Is er een reden, dat het liedje in bijna alle oude drukken wel,
in bijna alle nieuwe niet te lezen staat? Het is het enige lied, waar aan de
tiende penning een even grote betekenis wordt gehecht als aan de
godsdienstkwestie. Is het mogelik, dat het daarom door de lateren, die liever
in de strijd de geloofskwestie op de voorgrond zagen, is geschrapt? [De door K. vermoede reden zal wel de ware zijn, in zooverre
dat de lateren minder aan den tienden penning dachten en dus dit liedje al gauw
in aanmerking kwam om plaats te maken voor een ander. L.]
22.De schapen van de arme lieden, die geen weide
hebben, grazen langs de dijk, langs de weg. C.D.F-H.K, lezen: Die lamren d.
d. l.; I.J.L.M.S: Die Lammers den Dijck inloopen.