terug  begin  verder

42.
Een nieu Liedeken, +

Op de wijse: In Oost-Landt wil ick varen.

 
Ontwaeckt ghy Christen alle
 
Recht wel in deser tijt,
 
Met vreuchden maeckt geschalle
 
Dat ghy ghebooren zijt,
5
Gods woort suyver te leeren
 
En te leven naer Gods wet:
 
Antechrist wil dit keeren,
 
Maer sterck is het Woort des Heeren,
 
Daer door hy wert verplet.
 
 
10
Hy sit seer hooch ghedreven, 10
 
Tusschen twee Zeen in,
 
Een Coningin verheven
 
Spreeckt hy in sijnen sin
 
Siet ick, wie mach my letten 14.?
15
Mijn ooghen en sullen niet sien,
 
Eenich leet my te pletten, 16:
 
Want men houdt mijn Gesetten 17.,
 
Al wat ick wil ghebien.
[p. 94]
 
Daerom spreeckt God almachtigh 19
20
Sullen hem plaghen veel
 
Overcomen seer crachtich,
 
Op eenen dach te deel 22.,
 
Doot, droefheyt, hongher, smerten
 
Ende werden met vyer verbrant, 24:
25
God gheeftet haer 25. int herte
 
Al is seer sterck sijn sterte 26.
 
Veel stercker is Gods hant.
 
 
 
Het woordt van Godt den Vader, 28.
 
Moetmen hier achten wel,
30
Bereyt u alle gader,
 
Seyt hy, vergelt hem fel,
 
Mijn leedt wilt aen hem wreken,
 
Seven vout in sijnen schoot,
 
Want so plach hy te spreken:
35
God ben ick sonder ghebreken,
 
Hier voor gheeft droefheyt groot.
 
 
 
Mijn volck wilt hem vergelden,
 
Als hy 38. heeft ghedoot,
 
Met branden, worghen, schelden,
40
Benautheyt, honghers noot,
 
Die onder d'Outaer roepen, 41.
 
Die sielen heb ick verhoort,
 
Mijn toorn staet nu 43. open,
 
Laet het den Paus becopen
45
Met hanghen, worghen en moort.
 
 
 
Die sijnen God hier eerden,
 
Missam 47. int aertsche prieel, 47. + +
 
Daer door sy my verneerden,
 
En creghen tlandt ten deel,
50
Pispotten 50., Monicken, Papen,
 
Ende verkeerden 51. mijnen naem:
 
Hier op treckt aen de wapen,
 
Ghy vorsten wilt haer drapen 53. 53.,
 
Want het is mijn will' bequaem.
 
 
55
Ghy Vorsten, Potentaten,
 
Rechters op deser aert,
 
Die Roode 57. Hoer wilt haten,
 
Daer van ghy droncken waert,
 
Van haer tooverschen wijne,
60
Daer door sy u brancht 60. ter Hel,
 
Weest ghy nu haer ruijne,
 
End maeckt met haer een fijne, 62:
 
So doet ghy Gods bevel.
 
 
 
Ghy Leeraers, Predicanten 64–98.
65
Ontsiet u niet een haer,
 
Gods woort met vlijt te planten,
 
Te leeren openbaer:
 
Die Basuynen wilt blasen,
 
Teghens Paus valsche Leer,
70
Die hier als arme dwasen
 
Int leste gras gaen grasen, 71.
 
Sy moeten vallen ter neer.
[p. 95]
 
Ghy Christelijcke Nacy
 
Hoe condt ghy lijden hert 74.,
75
Dat Christus t'deser spacy 75.,
 
So seer vervolghet wert?
 
Is hy u Capiteyne,
 
Rept handen en voeten recht,
 
Teghen dees Hoer onreyne,
80
Uus Broeders bloet ghemeyne
 
Wreeckt nu als een trou knecht.
 
 
 
Daerom comt nu te samen,
 
Ghy die Christum bemint
 
Den Antichrist beschamen
85
Datmen hem niet en vint,
 
Wilt hem van u verjagen
 
Want dit is Gods ghebodt
 
Sijn sonden u mishaghen.
 
Ontfangt oock niet sijn plagen, 89:
90
Hier, en in Duyvels Cot 90..
 
 
 
Ghy Princelijcke Christen,
 
Wilt dit in danck ontfaen,
 
Luthrianen, Calvinisten,
 
Uut liefden ist ghedaen,
95
Wilt den Heer altijdt beden,
 
Ic geef dit voor een nieu maer
 
Dat God hem wil vertreden
 
En schenden al sijn leden
 
In desen nieuwe Jaer.

Liefde vermacht al, fecit 1571. +

+No. 42. Naar N. Verder in E.I.J.L-R.T.U.X.Z-DD. Bij V.L. XLII; Van Duyse II, 1712; Loman, Twaalf Geuzeliedjes, no 6.
Volgens het onderschrift in Q zou het lied van 1573 zijn. O geeft daarvoor 1571. De zinspreuk, waarmee het lied in N is getekend, ontbreekt in verschillende drukken.
Liefde vermacht al is de zinspreuk van Laurens Jacobs Reael, de vader van de bekende dichter en staatsman. In 1567 uit Amsterdam naar Emden uitgeweken, heeft hij zich daar waarschijnlijk tot 1573 opgehouden en was in 1574 te Dantzig. In 1578 is hij naar Amsterdam teruggekeerd. Hij heeft een bundel Refereynen, Baladen enz. nagelaten. en Memoriën over de jaren 1566, 67. Vgl. Te Winkel, Ontwikkelingsgang V, 66 en Joh. C. Breen, Bijdr. v. Vad. Gesch. enz. IIIe Reeks, X, 69 vlgg. Breen doet daar mededelingen over het Gentse hs., dat bovengenoemde refereinen enz. bevat. Daaruit blijkt, dat ons lied inderdaad van Reael is, ofschoon het een enigszins ander karakter heeft dan zijn andere liederen, en wel van 1571.
Over de melodie, zie Van Duyse I, 290 en II, 1714. Ook bij Loman t. a. p. Vgl. ook Mincoff, blz. 90. Het lied bestaat grotendeels uit reminiscensen uit de Openbaring.
10vlgg. Openb. XVIII, 7. Hij slaat blijkbaar op de Antechrist, maar die wordt, schijnt het, geidentificeerd met de Koningin. Want de woorden in 14, 15 zijn in de Openb. woorden van de laatste.
14.letten. R leeren; O setten.
16:Dat enig leed mij pletten zal.
17. Gesetten: inzettingen, geboden.
19vlgg. Openb. XVIII, 8.
22. deel. Q: veel, drukfout, overgenomen in alle volgende, maar weer verbeterd in CC.
24:En hij zal worden m.v.v.
25. haer: de vromen, tot wie God spreekt.
26.sterte. O stercte. Gedoeld wordt op de staart van de draak, vgl. Openb. XII, 4.
28.Vgl. Openb. XVIII, 6.
38.Als hy. In I. J. L. M Als hy wreet; O. P Ghelijck hy; Q-DD Al dat hy.
41.Vgl. Openb. VI, 9: Ende doe het den vijfden zegel geopent hadde, sagh ick onder den altaer de zielen der gene die gedoodet waren om het woort Godts.
43.nu. Q-DD u.
47.Missam. Q-DD Messiam.
47.int aertsche prieel is eenvoudig een omschrijving van hier in het vorige vers.
+Missam, zeker wel woordspeling met Messiam en tegelijk met het adjectief mis, dus: de Mis als de verkeerde Messias.
+Q-DD hebben nu ook Messiam geschreven en, door het ontbreken der komma in de war gebracht, dit woord verbonden met de volgende. Zij verstonden er nu onder: de aardse Zaligmaker, d.i. de Antichrist.
50.Pispotten. P Piscoppen; Q.R(T.X.Z.) AA-DD Bisschoppen, U = N.
51. verkeerden: verkeerd maakten, bedierven.
53.haer drapen. Q.R niet slapen; CC-DD niet drapen.
53.De bedoeling van drapen zal wel moeten zijn ‘wederstaan’ of zoo iets, maar wij kennen het alleen als ‘passen, betamen, overeenkomen’.
57.Roode. AA-DD roomsche. Rode zal wel het goede zijn, vgl. Openb. XVII, 4 en passim. Zo ook Breen.
60.bracht. I.J.L.M draegt.
62: maakt een eind aan haar leven.
64–98.ontbreken in AA-DD.
71.In enigszins andere vorm de uitdrukking in Ndl. Wdb. V, 581: op zijn laatste gras lopen; d.w.z. het niet lang meer maken.
74.hert, toch zeker wel hetzelfde als hart, dus: ‘O christenen, o hart, hoe kunt gij het verdragen?’
75. t'deser spacy: in deze tijd.
89:Zorgt, dat gij niet zijne plagen deelachtig wordt.
90. duyvels cot: de hel.
+Ondertekening. Deze ontbreekt in I.J.L.M. AA-DD. In N is het jaartal in de war: 147 O verbetert dat in 1571; P laat het weg; Q enz. hebben 1573.
terug  begin  verder