48.
De wijle het Lant nu dus oproerich was door den Thienden
Penninck, heeft de Graef vander Marc, Lume, etc. den Briel
ingenomen: ende Hollandt, ende Zeelandt is haest
goetwillich gevolcht.
+
+No. 48. Naar A. Ook in alle latere, behalve S. V. Bij V.L.
XLVIII; Van Duyse II, 1679; Wackernagel no 88; Van Vloten II, 7;
Loman,
Twaalf Geuzel. no 2; Loman,
Oud-Nederl. Liederen bl. 54. Over de melodie Van Duyse II, 1681.
6.A. B: Seghel, drukfout, in alle andere
verbeterd.
41vlgg. Den Briel werd een nieuw La
Rochelle, aan de Maas, genoemd. Den Briel moest dus voor de Geuzen
evenzo een steunpunt worden als La Rochelle dat voor de Hugenoten in
Frankrijk was.
48.voorstelt van A-D. F-H. K zal wel hetzelfde
zijn als verstelt van de andere, nl. ‘hersteld’.
49.Catijven: schurken. Bedoeld worden de Spaanse
soldaten, die op last van
Alva onder
Bossu, de stadhouder van Holland, Zeeland en
Utrecht, uit Utrecht optrokken om Den Briel te hernemen.