|
|
|
| |
51.
Een nieu Liedeken,
+
Op de wijse vanden 79. Psalm.
O Broeders hoort,, een claechlicke sanghe
Een wreede moort,, geschiedt zeer onlanghe
In Hollant schoon,, tot Rotterdam bedreven
Waer menich persoon,, onnoosel lieten tleven
5
Den ix. April,, hoordemen een wreet gheschil,
Snuchtens ontrent ses uren,, al vande Spangaerts wreet
Die welcke daer zeer heet,, veel borgers gingen verscheuren.
| | | |
Bossu den heer,, woude daer binnen wesen
Tot zijn vermeer
9.,, om de Spangaerts mispresen
10
tForieren
10.
daer,, wouden de borghers niet lijden
Dwelck hy nam swaer,, weynich tot haer verblijden
Hy maecte een verbont,, soo dat hy terstont
Met sijn volc sou doortrecken,, die borgers zijn verdooft
13.
En hebben hem gelooft,, Dus zijn valsheyt ging ontdecken
14..
15
Als hy in was,, met zijn Spaensche lansknechten
Beghonnen die ras,, te schieten en te vechten
Een wreede daet,, die liet hy daer ghedoghen
Mits dat
18. hy tot smaet,, die
Spangaerts moort liet pogen
Sy bruycten daer ghewelt,, tegen menich arm helt,
20
Die sy dooden fellick,, dus veele onbeducht
20.
Deerlicken namen de vlucht,, vreesende de dood snellick.
Men heeft geraemt,, by hondert vijftich dooden
Die zy versaemt,, begroeven als de snooden
23.
In putten wijt,, worpen zijse als beesten
25
Dus wie ghy zijt,, wilt volstandich volleesten
25.
Och denct wat een gheclach,, was daer op dien dach
Wat penne sout moghen beschrijven,, van vrouwen en kinders
Die lieten haer winders,, en moesten onnosel blijven.
28:
Ghy Princen fier,, Bossu die macht bedencken
30
Al meent hy hier,, donnoosele te crencken
Hy sal voor Godt,, reeckening moeten wijsen
31:
Mits hy tgebodt,, gaet verachten ende misprijsen,
Daerom ghy broeders vroet,, wilt Godt nu bidden goet
Op dat hy ons wil sparen,, nu ooc niet en beswijck
34.
35
En van des duivels rijck,, voorsichtelic wil bewaren.
Castijt sonder verwijt:
P. STERLINCX.
+
|
+No. 51. Naar A. Het lied was al opgenomen in φ. Verder in
B-D.F-M.S. Bij V.L. XLIX. Het lied is natuurlik van April 1572. De zangwijze is dezelfde als van n o 28 en 47. In B zijn de strophen op 10 regels gedrukt.
9.
Tot zijn vermeer: tot zijn voordeel, of: tot zijn
roem.
10.
tForieren: te huisvesten, in te kwartieren,
13.
verdooft: om de tuin geleid, eigenlijk: versuft.
Bossu had met de overheid afgesproken, dat de Spanjaarden ‘met een of ten
hoogsten twee Corporaelschappen teffens souden door de stadt trecken’
(Bor), maar toen eenmaal de poort geopend was, drong de gehele macht van
Bossu naar binnen.
14.
ontdecken: intrans: openbaar worden.
23.
als de snooden: op schandelike wijze.
25.
wilt volstandich volleesten: houd vol tot het
einde.
28:Die hunne kostwinners verloren, welke onschuldig
moesten sterven. Dit gebruik van en voor het relativum is in de oudere
taal zeer gewoon.
31:Hij zal verantwoording moeten afleggen.
34.
beswijcken: zonder hulp laten.
+
Sterlincx, rederijker uit Antwerpen,
uitgeweken naar Delft, later naar Haarlem. Zie over
hem
Te Winkel,
Ontwikkelingsgang I, 261, V. 57, 2e druk II 497, en
Riemens, Esquisse historique de l'enseignement du Français etc. p. 30,
52.
|
|