+No. 52. Naar A, reeds opgenomen in φ. Ook in alle andere,
behalve S. V. Bij V.L. LXVIII Van Vloten II, 17; Wackernagel. no
84. De vier boetpsalmen van
Alva, waarvan in B-D. F-H. K maar twee worden
gevonden, zijn, alle van de vruchtbare dichter van geuzenliederen
Laurens Jacobszoon Reael. Zie over hem bij
no 42. Ze behoren tot de meest verdienstelike van het genre. Het is
zeer mogelik dat de dichter meer dan het ons bekende viertal heeft willen maken
of inderdaad gemaakt heeft; de kerk kent 7 eigenlike boetpsalmen; maar een
bepaald pendant daarvan heeft de dichter niet willen geven, want alleen de
tweede psalm van Alva is op de wijs van een der kerkelike boetpsalmen (L, vulg.
LI) gemaakt. Wel bevat ook deze eerste eenige punten van overeenkomst met ps.
II van de vulgata. Volgens het Gentse handschrift (zie bij no 42) is
dit gedicht van 26 April 1572. Breen betwijfelt de juistheid dezer opgave,
omdat er sprake is van Enkhuizen, dat zich eerst 21 Mei voor de Prins
verklaarde.
l. Vgl. Vulgata, Ps. II, 1: Quare fremuerunt
Gentes?
6, 7.Vgl. ib. vs. 2: Astiterunt reges terrae, et
principes convenerunt in unum, adversus Dominum, et adversus Christum
eius.
9.Vgl. ib. vs. 3; proijciamus a nobis iugum
ipsorum.
11:Zij willen niet erkennen, dat ik op last van de
Koning handel.
22.diegenen, waarvoor ik helemaal niet bang was
geweest.
25.Naar de vulgaat, Ps. II, 6: Ego
autem rex constitutus sum etc. De Statenvertaling heeft: Ick doch hebbe mijn
Koningh gesalft over Sion.
38.aenhessen: aanblazen. De bedoeling zal wel zijn:
Italië heeft den Paus gehoond. Vgl. het overeenkomstig gebruik van
aanfluiten.
39.schueren zal wel in de zin van schoonmaken,
opredden te nemen zijn, en met de byecorf wordt waarschijnlik met
toespeling op
Marnix' boek, dat in 1569 is uitgekomen, de
kerk bedoeld.
40.Ite, Missa est: gaat, de bijeenkomst is
geëindigd. De woorden waarmee aan de gemeente het einde der mis wordt
medegedeeld.