En tlichaem hy perfeckt, tot alle boosheyt treckt.
125
Daerom wilt hem nu helpen raseren,
Want ghy siet hoe God werckt, die der Vorsten handt sterckt:
Om dAfgodische Natie te ruyneren,
Alsoomen nu aenmerckt, Ist nu niet wel gheclerckt?
128:
Waer wil den Alf nu henen draven?
130
Papen ende Spangiaert, met al haer volck vermaert?
De Misse die wort int Vaechvier begraven:
Lof
+, Omganc
+, noch Bevaert, niet en
worden gespaert.
Den Prins van Oraengien weest ghehoorsame:
Graef Lodewijc dEdel bloet, Godt geef hem nu voorspoet:
135
Sy sijn tot den Crijch nu seer bequame,
Die nu seer woeden doet, dAlfs Tyranny verwoet.
CORNELIS VAN DAMME.
+No. 56. Naar A, reeds opgenomen in de druk van 1574 φ.
Verder in alle andere, behalve S. V. Bij V.L. XXXV; Van Vloten I, 374. Voor de tijd zie de aantekening bij vs. 121.
9.Landtraet: Raad van State. Gedoeld wordt op de
plannen van de partij van
Oranje in de R. v. S., in 1564, die door
Egmond aan de Koning zijn overgebracht. Met het
Contract wordt het Compromissum bedoeld, dat wel niet van de R. v. S.,
maar toch van die partij wordt geacht te zijn uitgegaan.
17.d'Eel. F. G-H d'Edel; I en alle
latere: dees. Misschien is de betekenis oorspronkelik eenvoudig = de
hele travaille (de hele lastige kwestie), en heeft een latere drukker de
opzettelik enigszins gebroken uitspraak niet begrijpende Eel met een
hoofdletter gezet, denkende aan de Edelen van het Compromis. Canaille in
vs. 20 ziet op het ontstaan van de naam Geuzen, want dat
Granvelle, toen het Compromis gesloten werd, reeds
vertrokken was, weet de dichter niet zo nauw, en ook daardoor is de gehele
voorstelling verward.
76.Jan Papou: Jan of Heer Jan is een gewone naam voor
de priesters. Verg bijv. de vroeger aangehaalde plaats uit de Byencorf:
‘waerom dat men Heer Jans tafel soo vroech dekt …. ende waerom dat
Heer Jan aen de tafel somwijlen slaept’.
121.De vier laatste koepletten ontbreken in B-D. F-H.
K. Er is iets voor te zeggen, dat ze eerst later, in 1572, zouden zijn
bijgevoegd; de toon is verschillend en de inhoud past ook niet geheel bij het
voorgaande. De aansporing in het laatste koeplet slaat dan op de beraamde twede
inval van Oranje. Op de eerste kan het niet doelen om de vermelding van de
tiende penning in vs. 115. Bewezen is echter allerminst, dat het oorspronkelike
lied met vs. 120 eindigde. Een kleine aanwijzing, dat het lied niet van vroeger
dan 1572 is, ligt daarin, dat de dichter in het begin van het gedicht zich in
de andere geschiedenis vergist, bijv. in de tijd van het vertrek van Granvelle
en in het ontstaan van de naam Geuzen. Daarom heb ik het gedicht op 1572 moeten
plaatsen.
128:Is het nu niet voordelig geestelike te zijn? Of:
Is dat niet de goede manier om de geesteliken te behandelen?
+Lof: de plechtige aanbidding van het heilig
sacrament;