Princelicke Heeren van Brugghe niet om vereelen
37.
So wy niet en spelen de Spaengiaerts uut die stadt,
38.
Ba zijt dat seker, men sal ons alle kelen,
40
De Kinders ghecken met
40. ons, hoe can ict helen,
Dat wy so betoovert zijn gheweest, en so mat
Meenende dat den 10. penninck sulck eenen schat,
Dlant soude consenteren sonder oproer groot,
Voorwaar tis de Beede daer Midas om badt,
45
Daer door hy hemselven bracht inde doot:
Dies raed ick voor tbeste in desen noot
Tot welvaert des Landts voor een besluyt,
Roept, Vivele Geus, en die Spangiaerts uut.
+No. 59. Naar A. Verder in I. J. L. M. S. Bij V.L. LII; Van
Vloten II, 23. Het refereyn is zeker van 1572. Het komt hier en daar letterlik
overeen met een preek, die
Broer Cornelis in 1572 zou gehouden hebben, en waarvan
men een gedeelte vindt bij Van Meteren fol. 150. Over deze veel gesmade
Minderbroeder zie men Nieuw Nederl. Biogr. Woordenb. IV, 452–458 en de
aldaar aangehaalde werken.