terug  begin  verder
[p. 135]

59.
Refereyn ghestelt uut een stuck ofte punct van B. Cornelis Sermoen nu onlancx gepredict. +

 
Ay Duc dAlbsche ghiericheyt wat hebdy ghebrouwen,
 
In dese Nederlandtsche Landouwen seer abundant?
 
Ba ja, heb ick niet wel geseyt ghy mannen en vrouwen,
 
Dat den 4. 10. penninck ons thooft sou doen clouwen
5
En brengen ons alle de Geusen int Lant?
 
Ja wat sullen wy doen goey lien? ick gerieke brant,
 
Tis best dat hem elck met de Geusen keere:
 
Wel is waer, sy zijn in een misverstant
 
Maer wy sullen wel accorderen inde Leere:
10
Want sy houden den Coninck voor haren Heere:
 
Al ist dat sy verfoeyen de Babelsche bruyt,
 
Roept: Vivele Geus, en die Spaengiaerts uut.
 
 
 
Ey Spaengiaerts Spaengiaerts: ist nu niet wel gherooft, 13:
 
Dat ons Cappe wort gheclooft, en moeten Geusen bedijen? 14:
15
Ja maer ba, wie sou dat hebben ghelooft,
 
Dat de veranderinghe sou vallen over thooft 16.
 
En dat so veel steden souden voor de Geusen strijen,
 
Daerom ist sotheyt hem te verblijen:
 
Want die vore lacht, dickmael 19. namaels schreyt.
20
Och mogen ons baerden en cruynen groeyen in tijen, 20,
 
Wat werden der Cappen op de haghe gheleyt. 21:
 
Ey heeren van Brugghe ick hebt al wel gheseyt:
 
Dus siet nu wel toe, en met tmeeste geruyt 23.,
 
Roept: Vivele Geus, en die Spaengiaerts uut.
 
 
25
Och ist met mij niet wel 25. qualick gheluckt,
 
Dat ick so veel ghepreeckt hebbe tegen de Geusen?
 
Ba ja, sy hebben eenen boeck van mijn sermoenen gedruct,
 
Ick duchte het vel wert my noch afghepluckt
 
Wy geestelijcken verliesen al ooren en neusen:
30
Ons vette kaken en sullen niet meer bleusen;
 
Dit doe ghy, och Spaengiaerts boose generatie:
[p. 136]
 
Wy die gherust waren als Reusen 32.,
 
Comen eylacen in grooter desolatie,
 
Daerom och ghy gheestelijcke: hebdy so veel statie 34.
35
Als 35. moet ghy verliesen den besten buyt,
 
Roept: Vivele Geus, en die Spaengiaerts uut.
 
 
 
Prince.
 
Princelicke Heeren van Brugghe niet om vereelen 37.
 
So wy niet en spelen de Spaengiaerts uut die stadt, 38.
 
Ba zijt dat seker, men sal ons alle kelen,
40
De Kinders ghecken met 40. ons, hoe can ict helen,
 
Dat wy so betoovert zijn gheweest, en so mat
 
Meenende dat den 10. penninck sulck eenen schat,
 
Dlant soude consenteren sonder oproer groot,
 
Voorwaar tis de Beede daer Midas om badt,
45
Daer door hy hemselven bracht inde doot:
 
Dies raed ick voor tbeste in desen noot
 
Tot welvaert des Landts voor een besluyt,
 
Roept, Vivele Geus, en die Spangiaerts uut.
+No. 59. Naar A. Verder in I. J. L. M. S. Bij V.L. LII; Van Vloten II, 23.
Het refereyn is zeker van 1572. Het komt hier en daar letterlik overeen met een preek, die Broer Cornelis in 1572 zou gehouden hebben, en waarvan men een gedeelte vindt bij Van Meteren fol. 150. Over deze veel gesmade Minderbroeder zie men Nieuw Nederl. Biogr. Woordenb. IV, 452–458 en de aldaar aangehaalde werken.
4.den I-S desen.
13:Is dat niet een mooi resultaat van uw roofzucht?
14:Dat onze kap wordt verscheurd en de Geuzen succes hebben.
16. over thooft: plotseling.
19.dickmael. I. M dickwil; L. S dickwils.
20,nl. opdat we niet meer op geesteliken zullen lijken.
21:Wat verlaten er veel monniken de geestelike staat!
23. geruyt: geschreeuw; in de latere geluyt.
25.wel ontbreekt in I-S.
32. als Reusen: als helden, vertrouwende op onze kracht.
34. hebdy so veel statie: wordt u nog genoeg uitstel geschonken.
35.Als. In de volkstaal en in de volkspoezie werden al en als nog niet zoo scherp onderscheiden.
37. niet om vereelen: die in adeldom niet overtroffen kunt worden.
38.Dit vers wijst wel op den tijd, toen de Prins te velde was en verscheidene steden in het Zuiden zijne partij kozen.
40.met ontbreekt in A, zeker wel drukfout.
terug  begin  verder