De Borgers den Voerman een gout keten geschoncken.
Oorlof ghy Christenen verheven,
Bidt voor ons Hollanders kleyn en groot
Dat God ons victory wil gheven
Teghen onse Vyanden verwoet:
125
Wy willen nu strijden tot inden doot:
Al sterven wy dan om Gods woort,
So bidden wy Christum ghepresen
Dat hy ons ziel wil ghenadich wesen.
+No. 61. Naar H. Verder in E. I en alle latere, behalve S. V.
Ook in
Oudt Haerlems Liedtboek. Bij V.L LVIII; Van Vloten
II, 43. Het lied is gemaakt vóór het einde van de
belegering, ongeveer April 1573. De belegering was 11 Dec. door
Don Frederik aangevangen. Voor de melodie zie bij no 22.
9.Bedoeld zullen wel zijn de drie door de vroedschap
van Haarlem aan Don Frederik gezonden gedeputeerden, die de overgave van de
stad moesten aanbieden, en waarvan twee naar Haarlem terugkeerden om de
voorwaarden van Don Frederik mede te delen.
85.
Rodrigo de Toledo misschien, ofschoon
Bor (VI, 432) alleen vertelt, dat deze werd
gekwetst bij de bestorming van 31 Jan. De hier beschreven uitval had plaats op
25 Maart.
88.se alleen in I. J. L. M, maar kan toch wel
niet gemist worden.
93.Vooral de Duitsche troepen van
Don Frederik werden mismoedig; de Spanjaarden
hielden zich veel flinker.