+No. 64. Naar A. Verder in B-D. F-J. L. M. N. Q. R. S. U. Bij
V.L. LXIV; Van Vloten II, 66.
Voor de vermelde feiten vgl.
Bor I, 452: ‘Jonkheer Diederich Sonoy was in
dese tijd seer besorgt, en dede groote neerstigheid om het Noorder-quartier en
Waterland te beschermen, hy hielt hem op desen tijd meestendeel tot Schagen, en
vermids de vyand so sterk was voor
Alkmaer, heeft hy om verder
inbrek der vyanden te beletten vier sterke Schansen doen maken, een op de
Huygendijk tot Rustenburg, d'ander op Langedyk in
Broek, de derde
op Schoreldam, en de vierde op Crabbendam. In welke Schansen hy nacht en dag
dede waken, in sommige 200, en andere ontrent 300 en meer Huisluiden, behalven
de Krijgsluiden, doende den Spangiaerden dagelijks grooten
afbreuk.’
Het lied is dus ook tijdens de belegering van
Alkmaar gemaakt.
De wijs wordt in B.I en de latere opgegeven als: ‘Job
ofte O Radt van Avontueren’, in C-H. S alleen het laatste.
Een lied in strophen van 9 verzen met de wijsaanduiding
‘In Oostlant willen wy varen, Ofte: O Rat van avontueren’ is te
vinden in het Offer des Heeren (uitg. Cramer) bl. 67, alleen met de laatste
aldaar bl. 568. De melodie van een lied beginnende ‘O Radt van
avontueren’ met strophen van 9 regels geeft Fredericq,
Onze historische Volksliederen, bl. 68 naar J.
Fruytiers'
Ecclesiasticus (Antw. 1565). Eene andere melodie bij
Scheurleer,
Een devoot …. Boecxken, bl. 160. Hier worden
negen liederen medegedeeld, die op dezelfde wijze gezongen worden. Zie ook
hiervoor bij n
o 36.
De titel van het lied is in C-H. S ‘Een Claechliedeken
van de Paepsche soldaten’.