terug  begin  verder

65.
Hier worden verhaelt die voornaemste Feyten die Ducdalve bedreven heeft.+

Op de wijse van Dueren.

 
Nederlant spreect.
 
 
 
Met recht mach ick wel suchten
 
Nederlant aen elcken oort,
 
Vanden quaden gheruchten
 
Diemen nu daechlicks hoort:
5
Oorloghen, dieren tijt, Watervloet,
 
Peste, Tyrannen seer verwoet
 
Regeren in mijn daghen:
 
Sonde baert my dees Plaghen.
 
 
 
Pharao is nu int leven,
10
Antiochus thoont zijn quaet:
 
Nero heeft nu ghegheven
 
Sijn fel moordadich Zaet:
[p. 150]
 
Dit is Duckdalba inghestort,
 
Die mijnen Coninck doet te cort
15
In zynen schoonen Landen,
 
Die hy gants maeckt te schanden.
 
 
 
Men sach hem daer ombringhen
 
Den Adel seer hooch gheacht:
 
De Staten cost hy dwinghen,
20
Dat sy quijt zijn haer macht:
 
De Privilegien zijn te niet:
 
Menich vroom Man lijdt groot verdriet
 
Moet lancks 23. den Lande swerven,
 
Of aen een Galghe sterven.
 
 
25
Ick can niet wijdt 25. vertellen,
 
Twelck yeghelick is bekent:
 
Hoe men mijn Volck sach quellen,
 
Berghen en Mechelen jent:
 
Zutphen twelck oock veel was belooft, 29.
30
Naerden het welck gants wert berooft,
 
Daer Moeder en Kint bleven,
 
Gheen Turck heeft sulcks bedreven.
 
 
 
Door Diericks Vries toeraden, 33.
 
Met seer vele van Moordam 34.,
35
Wou hy Haerlem oock schaden,
 
Dies hy daer voren quam,
 
Lucien avont 37. met ghewelt,
 
Menich scheut is daer op ghetelt,
 
Ende stormde sevenmale,
40
Doch liet zijn principale. 40:
 
 
 
De Borghers sonder vertsaghen,
 
Waren daer seer wel ghemoet,
 
Om voor Gods Woort te waghen,
 
Lijf, wijf, kint ende goet:
45
Hoe wel de Stadt was onversien,
 
Sy dochten tcan door Godt gheschien,
 
Dat ons de Prins sal helpen
 
Noot en hongher stelpen.
[p. 151]
 
De Stadt sy vroom inhielen
50
Tot op Margrieten dach 50.,
 
In cleynen moet sy vielen,
 
Alsmen daer commer 52. sach
 
Van Coren, Bier, ander nootdruft,
 
Doch so sachmen smenschen vernuft
55
Met list hun seer vercloecken,
 
Noot doet veel listen soecken.
 
 
 
Macht, moet, is hun besweken,
 
Als meerder wert heuren noot,
 
Drie daghen en ses weken,
60
En hadden sy bier noch broot,
 
De Vroukens waren in grooten last
 
Veel kinderkens hebben ghevast
 
Die inder Wieghen laghen,
 
Diemen seer hoorde claghen.
 
 
65
Gheen spijs wert meer ghevonden,
 
Als sy niet werden verlost,
 
Dan Catten ende Honden,
 
Peerden was heuren cost,
 
Raepcoecken, ende menighe huyt,
70
Met veelderhande groene cruyt,
 
Twelck den Mensch wel sou schaden,
 
Moest heuren buyck versaden.
 
 
 
Als sPrincen hulp faelgeerde,
 
Die te seer heftich quam aen,
75
De Tyran triumpheerde,
 
Met Haerlem wast ghedaen:
 
Een yeder heeft sick reet ghemaect 77
 
Om uut te gaen, daer wert ghewaect
 
Aen de Fuyck 79. met veel Schepen,
80
dUuttocht was wel begrepen.
 
 
 
Als die niet woude lucken,
 
Door eenen Verraders mont,
 
Siende honghers verdrucken,
 
Maecten sy een verbondt:
85
Men loefde hem Berghen van Gout,
 
De welcke werden een crom hout, 86:
 
Of Sweert voor den Lantsknechten,
 
Diemen soo vroomlick sach vechten.
[p. 152]
 
Daer isser om ghecomen
90
Twee duysent int ghetal,
 
Ghenade soude vromen
 
Den Borghers over al:
 
Dit scheen seer groot zijn voor de handt,
 
Dan twas vol van dubbel verstandt 94.,
95
Als ghy hier na sult mercken
 
Aen des Tyrans listighe wercken.
 
 
 
Hy woude niet ombringhen
 
De Borghers als noch soo haest,
 
Om te beter te dwinghen
100
Die Steden aldernaest:
 
Hy sach wat zijn Moort had ghewrocht
 
In Naerden, dus heeft hijt besocht 102.
 
Nu op een ander wijse,
 
Weynich tot zijnen prijse.
 
 
105
Als hongher had ghewonnen
 
Tvroom Haerlem, soo was den raet
 
Om tVlie 107., twelck wert begonnen,
 
Dan Godt versach 108. de daet:
 
Daer na soo trock hy na Alckmaer:
110
Dit heeft hy oock beleghert swaer,
 
En in de laecht gheschoten,
 
Twelck hem daer na heeft verdroten.
 
 
 
Daer moesten Pionieren 113.
 
Die Haerlemsche door ghewelt:
115
Met schimp, dat haer manieren 115, 116.
 
Tot Krijch waren ghestelt:
 
Hier toont hy zijn ghenade bloot 117.:
 
Gheen Borgher bringt hy self ter doot,
 
Dan vrient moet Vrient vermoorden,
120
Siet hier tsTyrants accoorden!
 
 
 
Men sach Alckmaer bestormen,
 
Wel vijf uren lanck met cracht,
 
Als Vlieghen ende Wormen
 
Werden Menschen gheacht:
[p. 153]
125
Elck Borger heeft hem wel gheweert,
 
Niemant van hun en heeft begeert 126
 
Zijn Lantsknechten te misten,
 
Na des Tyrannes listen.
 
 
 
Dies is hy afgheslaghen,
130
Drie duysent Mans hy daer liet:
 
Oft hijt niet meer derf waghen,
 
Gheen stormen men meer en siet:
 
O Heer gheeft dat hy eer yet lanck
 
Moet wijcken teghen synen danck:
135
Wilt de Borggers bewaren,
 
Ende voorspoedich sparen.
 
 
 
Wilt oock volstandich stercken
 
Hollant en Zeelant altijt:
 
Dijn hulp opt Zee laet mercken,
140
Dat sy die niet gaen quijt:
 
Opent de oogen, ist uwen wil,
 
Van mijn Landen die sitten stil,
 
Dat sy dijn Woort inlaten
 
En valsche Leere haten.

Weest die ghy zijt +

+No. 65. Naar A. Ook in alle andere, behalve S.V. Bij V.L. LIX; Van Vloten II. 48.
Gemaakt tijdens de belegering van Alkmaar, na de bestorming van 18 September 1573.
Voor de wijs zie bij no 22.
23. lancks: door.
25. wijdt: uitvoerig.
29.De bedoeling schijnt te zijn, dat Zutphen zich op gunstige voorwaarden had overgegeven, wat overigens onjuist is.
33. Dirk De Vries was met twee andere Haarlemmers door de Vroedschap naar Don Frederik gezonden om uitstel van vier of vijf dagen. Later zendt hij met enige uitgeweken Haarlemmers een brief aan Burgemeesteren, Schepenen en Raed van Haarlem om deze over te halen zich over te geven; Bor I, 421. De bedoeling moet hier zijn, dat De Vries Don Frederik had aangeraden, Haarlem aan te tasten.
34. Moordam: Amsterdam.
37. Lucien avont: 13 December.
40:Maar bereikte zijn hoofddoel niet.
50. Margrieten dach: 12 Julie.
52. ` commer: gebrek aan iets, dus niet zoo algemeen als nu.
77vlgg. Deze regels slaan blijkbaar op het plan van de bezetting en de strijdbare burgers om zich in een uitval door de belegeraars heen te slaan.
79.De Fuyck is een in de Liede en zo in de Haarlemmermeer uitkomend water.
86:Maar het kwam neer op de galg.
94. dubbel verstandt: dubbelzinnigheid.
102. besocht: beproefd.
107. Om tVlie: Waarschijnlik doelt de dichter op de poging van Alva om meester te worden op de Zuiderzee, waartoe hij ook order gegeven had voor het uitrusten van enige galeien in Groningen en Friesland. Deze werden echter, voordat zij de Hollandse schepen uit het Vlie hadden kunnen verdrijven, door de storm van 19 Aug. en volgende dagen vernietigd ( Bor VI, 450).
108. versacht: verhoedde. Door de storm namelik.
113. pionieren: als pioniers of mineurs dienst doen.
115, 116.Tot hun smaad werden zij tot krijgshandelingen gedwongen.
117. bloot: duidelik.
126vlgg. Niemand heeft, in overeenstemming met de pogingen van de tyran, een prooi van diens landsknechten willen worden. — misten: vetmesten.
+De ondertekening wijst als dichter aan Jan Fruitiers.
terug  begin  verder