72.
Een claech-Liedeken van den
Grave van Bossu, ende voornemelijck doen hy met sijn
Schip, de Inquisity gevangen was, ende binnen Hoorn gebrocht
werdt, daer hun beter ghenade gheschiede, als hy binnen Rotterdam
hadde gedaen.
+
+No. 72. Naar N. Verder in E. I en alle latere, behalve S. V.
Bij V.L. LXXIV. Ook bij Valerius, bl. 58; Van Vloten II, 82; Loman, Oud-Nederl.
Liederen no 4 en
Twaalf Geuzeliederen no 5; Van Duyse II,
1721. De wijs ook bij
Valerius (uitg. 1626) blz. 58. Vgl. bij
no 30. Blz. 57 zegt Valerius: ‘Te desen tijdt werd een Liedeken
gesongen, behelsende de klachte van den gevangen Grave van
Bossu, ende alsoo het alsdoe seer vermaert was, hebbe
't selve hier mede willen in voegen’. De tekst wijkt hier en daar wel wat
af. Ook uit Valerius' woorden blijkt dus, dat dit een van de bekendste
geuzenliederen is geweest.
10, 11.Ik meende, dat mijn schip zo hard als steen
was, dat daar geen gaten in te maken waren.
34.De heilige Patricius had van God verkregen, dat in
een spelonk in Ierland aan hen, die er in afdaalden, de verschrikkingen van hel
en vagevuur werden vertoond.
50.
Jan Symonssen Rol van Hoorn, vice-admiraal en
kapitein op een der schepen van
Bossu.
64.
Bossu was als opvolger van Oranje stadhouder van
Holland, Zeeland en Utrecht.