+No. 74. Naar A. Verder in I. J. L. M. S. Bij V.L. LXXVI; Van
Vloten II, 87. Blijkbaar is de wijs hier gelijk aan die van no 66,
Rijck God wie sal ic claghen. Vgl. Tijdschr. voor Ned. Taal enz. X, 180 en Van
Duyse I, 152, 682. Het lied is uit het najaar van 1573.
18.Met Jesabels ghebroet wordt natuurlik op de
Spanjaarden gedoeld, maar bepaaldelik als handhavers van de roomse
‘afgodiese’ godsdienst. De naam wordt ook in de Geuzenliederen,
dikwels daarvoor gebruikt naar aanleiding van Openbaring II, 20:
‘Maer ick hebbe eenige weynige dingen tegen u, dat ghy de vrouwe Jezabel,
die haer selven seght een profetesse te zijn, laet leeren, ende mijne
dienstknechten verleyden’ enz. Vgl. ook de aantekening aldaar in de
Statenvertaling.
33.door uw clachten: als wraak voor het onrecht,
waarover gij te klagen meent te hebben.
34vlg.
Brugmans,
Opkomst en Bloei van Amsterdam, 84:
‘Amsterdam was de groote invoerhaven van Holland, vooral van het
Oostersche graan. De afsluiting, die in 1572 begon, berokkende de stad wel zeer
veel schade, maar verstak tevens ook Holland van geregelden graantoevoer; de
West-Friesche steden konden aan dat gebrek niet geheel tegemoet
komen’.