terug  begin  verder

78.
Volghende Oorlof liedekens van Duckdalve.
Een liedeken van Duckdalve. +

Op de wijse vanden Ouden Hillebrant.

 
Ick wil te Lande uut rijden
 
Sprack daer den 2. Ouden Grijs:
 
Wie sal my nu ten tijden
 
Die Paden maken wijs?
5
Die wech valt my soo swaren
 
Die ick sal moeten gaen,
 
Het is by na ses Jaren,
 
Doe quam ick daer van daen.
 
 
 
Wilt ghy nu weder na Spaengien,
10
Sprack daer een Cardinael,
 
Soo coemt die Prins van Oraengien,
 
En maect ons Papen cael:
 
Is nu die Cruyne gheschoren,
 
Men scheert ons dan theel hooft:
15
Laet ghy ons nu verloren?
 
Dat had ick noyt ghelooft.
[p. 184]
 
Wilt ghy u noch verschoonen,
 
En dencken ghy hebt al recht?
 
Daelders en gouden Croonen
20
Die waren my toe ghesecht:
 
Ducaten root van golden,
 
En Angelotten 22. schoon,
 
Om mijn knechten te besolden,
 
Het Nederlandt sou zijn mijn loon.
 
 
25
Hoe souden wijt anders maken:
 
Wy betaelden u Spangiaerts met munt,
 
Ons Duytschen met grof Laken 27.
 
Of wat haer wort ghegunt,
 
En dat op die condicy,
30
Dat ghy soudt hebben ghebracht
 
Die Spaensche Inquisicy
 
In hare volle cracht.
 
 
 
Wat soude ick die in voeren,
 
Dat spel dat liep te hooch:
35
Die spraeck quam onder die Boeren
 
Dat u dinghen niet en dooch:
 
Het Vaghevier sy uut pissen,
 
Sy houdent voor een ranck 38.,
 
Bedevaert en Sielmissen
40
Werpen sy achter de banck.
 
 
 
Om dat wy sulcks wel wisten
 
Daerom en spaerden wy gheenen cost,
 
Ons Renten wy daghelicks misten,
 
Wy sonden na u eenen Post, 44.
45
Al waert ghy thuys ghebleven,
 
Daer waer niet veel versuymt,
 
Wy sullen doch worden verdreven,
 
Och hadden wy tghelt versluymt 48..
 
 
 
Verdrijft u de Prins van Oraengien,
50
Verjaecht hy u op dit pas,
 
Soo treckt met my na Spaengien,
 
Ick schenck u elck een Kas 52.,
 
De eene van sinte Cornelis, 53.
 
De ander van sinte Krijn,
55
De derde loopt met Melis,
 
De vierde met Valentijn.
 
 
 
Tis best dat ghy noch jocket,
 
Ende houdt met ons uwen spot,
 
Nu ghy ons tghelt ontlocket,
60
Ende slepet in uwen Pot,
 
Daer mede ghy soudt verstercken
 
Het heylighe Roomsche Rijck,
 
Den dienst der heyligher Kercken
 
Ons Missen alle ghelijck.
 
 
65
Een Doctor quam my verrassen, 65
 
Op alder Sielen nacht:
 
Mijn Cruyden waren ghewassen,
 
Sy quamen in haer cracht:
 
Wie gheen Pardoen woude coopen,
70
Die meynde ick te vertreen,
 
Dat Water quam met hoopen,
 
Mijne Cruyden dreven heen.

+No. 78. Naar A, reeds opgenomen in φ. Verder in alle, behalve S. V. W. IJ. Bij V.L. LXXVII; Wackernagel no 93; Van Vloten II, 91; Loman, Twaalf Geuzeliedjes no 7; Van Duyse II, 1735.
Het lied is van November 1573.
Voor de melodie zie bij no 73.
2.den. C. D. F-H. P een.
22. angelotten: gouden munt, het eerst door Lodewijk XI geslagen en aldus genaamd naar het beeld van de aartsengel Michaël, die de draak verslaat. Ook in Engeland en hier te lande zijn angelotten geslagen. Vgl. Mnl. Wdb.
27.Met grof laken betalen zal wel ongeveer betekenen: met slagen betalen; vgl. Stoett, Spreekwoorden no 947.
38. ranck: bedriegerij.
44.Wij zonden u dageliks een bode, met geld namelik.
48. versluymt: verbrast.
52.Kas is niet alleen een relikwiekastje, maar ook het kastje, dat een marskramer op zijn rug draagt. Alva zegt dus: ‘Kunt gij het hier niet houden, ga dan mede naar Spanje, daar kunt gij dan met relikwieën venten’.
53.De genoemde heiligen worden allen aangeroepen tegen kwalen en gebreken: Sint Cornelis bijv. tegen stuipen, Sint Valentijn tegen vallende ziekte en Sint Krijn tegen beenwonden en oorziekten.
65vlgg. De toespelingen zijn mij niet duidelik, de algemene zin van het koeplet natuurlik wel. De doctoor zou Requesens kunnen zijn, maar waarom wordt dan gezegd, dat hij op Allerzielen gekomen zou zijn: hij kwam eerst 17 Nov. te Brussel. Ook zie ik niet goed, wat met dat water in vs. 71 gemeend wordt. Is het soms het water, waardoor Alkmaar ontzet werd?
terug  begin  verder