terug  begin  verder
[p. 194]

84.
Een nieu Liedeken, +

op de wijse: Sy plach my eens te vraghen.

 
Wat seytmen nu van Duckdalve:
 
Sijn Boter ghelt vier en halve, 2.
 
Is dat niet veel te dier?
 
Door den Prins van Oraengien, 4–6.
5
Moet hy na Spaengien,
 
Conste hy comen van hier? 6.
 
 
 
Wat seytmen van die Spechten 7. +?
 
Het zijn duckdalvens knechten,
 
Ruydich 9., rappich en zeer:
10
Tegen donnoosel en slechten
 
Willen sy sterck gaen vechten,
 
Schoorsteenveghers sonder leer. 12.
 
 
 
Met haer Fluweelen Broecken
 
Gaen sy de Meyskens soecken 14.,
15
Maer wat daer onder schuylt,
 
Dat zijn Pockighe 16. doecken,
 
Om tGasthuys te vercloecken 17., 17.
 
Want binnen zijn sy vervuylt.
 
 
 
In Spaengien en zijnt maer Fielen 19.,
20
Daer loopen sy met Kackhielen 20.,
 
Al zijnse hier groot gheacht:
 
Vol Luysen ist dat sy crielen,
 
Tzijn Moordenaers der Sielen,
 
Ghespuys omte vullen die Gracht.
 
 
25
Vijchcorven connen sy breyen, 25.
 
Ranckskens connen sy leyen, 26, 27
 
Wijngaert snijden onder dEerd:
 
Dan lotert haer de Keye,
 
En sy gaen haer vermeyen,
30
Spaceren op een Peert.
[p. 195]
 
Sy willen om ons Gheloove
 
Dees Landen heel berooven,
 
Als Duckdalve haer doet verstaen:
 
Maer Godt al van hier boven,
35
Diemen altijt moet loven,
 
Die salse noch verslaen. 36. 36
 
 
 
Gy oude Grijs Duckdalve,
 
Hebdy nu niet meer Salve?
 
Of zijt ghy ghenoech ghesmeert?
40
Ghy zijt ten heelen noch ten halven,
 
U Koe wil niet meer Calven,
 
Twelck uwen Paus seer deert.
 
 
 
En ghy Duckdalven sone,
 
Die boosheyt zijn ghewoone, 44.
45
Om dat ghy hebt vermoort
 
So menighen Persoone,
 
Daerom Godt uut den Throone
 
Op u is seer ghestoort. 48.
 
 
 
O Prince van Orangien,
50
Edel Vorst uut Almaengien,
 
Maect ons dees Tyrannen quyt:
 
Sy doen ons groote calaengien 52.,
 
Jaechtse weder na Spaengien,
 
So crijghen wy goeden tijt.
+No. 84. Naar A. Verder in E. I en alle latere, behalve K. S. V. Bij V.L. LXXII; Van Vloten II, 72; Wackernagel no94.
Het lied is kort voor Alva's vertrek gedicht, in December 1573.
2.De bedoeling schijnt te zijn: men is niet meer gediend van zijn waar.
4–6. Alle andere dan A lezen:
O Prince van Oraengien
Ducdalf sal moeten na spaengien,
Hoe sal hy comen van hier?
6.Toespeling op de financiele moeilikheden, waarin Alva o.a. te Amsterdam verkeerde.
7.Spechten evenals spekken een scheldnaam voor de Spanjaarden, waarvan de oorspronkelike betekenis nog niet vast staat. Dat Spek een afkorting zou zijn van spekschieter of spekdief, is niet wel aan te nemen. Eerder staat het voor Spekjood als vertaling van Maraen. Het Spaansche marrano toch betekent varken maar werd ook gebruikt als scheldnaam voor bekeerde Mooren en Joden. Wanneer de Nederlanders hen Maranen noemden, werden de Spanjaarden dus vereenzelvigd met de door hen zoo verachte Mooren. Nog heden schelden de Cataloniërs de andere Spanjaarden voor Mooren ‘omdat de Cataloniër zijn superioriteit daaruit verklaart, dat hij geen Moorenbloed in de aderen heeft’. Zie Alg. Handelsblad van 21 Sept. 1911.
+Een bezwaar tegen deze, en de andere, verklaringen is de vorm specht die nog wel de oudere schijnt te zijn.
9.ruydich en rappig betekenen beide: schurftig. Van de besmettelike huidziekten der Spaanse soldaten, vooral veneriese, is in de Geuzenliederen herhaaldelik sprake, zie het volgende koeplet. Ook zeer heeft de beteekenis van: vol zweren.
12.Een gewone uitdrukking voor iemand, die ongeschikt is geworden voor hetgeen hij moet verrichten, en dus dit beroep maar moet kiezen. Vooral gewoon is echter ‘schreeuwen als een schoorsteenveger zonder leer’, vgl. bijv. no180, vs. 14 Marnix Byecorf II, 19 (blz. 144).
14.soecken. Deze lezing van A ook in AA-DD; alle andere besoeken.
16. pockighe: syphilitiese.
17. vercloecken: verschalken, de baas zijn. De bedoeling zal wel zijn: zoo, dat men ze in het gasthuis niet erger vindt.
17.Alle andere dan A: Het Gasthuys sy versoecken.
19. fielen: schooiers.
20. met kackhielen loopen: rondzwerven als landloopers en bedelaars.
25.Het vlechten van de vijgemanden, waarin de ook toen veelvuldig van uit Spanje verzonden vijgen werden verpakt, was kennelik het werk van zeer arme mensen, altans vijgkorfmaker is een niet ongewone scheldnaam voor de Spanjaarden. Vgl. bijv. Fredericq Pamfletten, pag. 395.
26, 27hebben natuurlik beide betrekking op de wijnbouw. Zij leiden de ranken van de wijnstok en planten de stokken diep in de grond, waarbij de overtollige loten en wortels worden afgesneden. De bedoeling van het koeplet is: Zij zijn maar arme arbeiders en boeren, maar zij worden plotseling gek en gaan als heren op een paard rijden, d.w.z. zij worden soldaten. [De verklaring is zeer scherpzinnig, maar voldoet mij toch niet; vooral die van onder dEerd. Maar ik weet nog geen betere. Met de verklaring der bedoeling ben ik het eens. L.]
36.De lezing van A is in geen andere overgenomen. O.P: Zal Haerlem noch bijstaen; alle andere: Zal haerlien noch verslaen.
36vlgg. Het koeplet is niet geheel duidelik. Salve zal wel in de zin van geld zijn te nemen; vs. 39 betekent dan; of hebt gij u al ten volle aan onze bezittingen te goed gedaan? Neen, niet ten volle en zelfs niet half, maar de koe geeft geen melk meer.
44.Alle andere dan A lezen: Boosheyt zijt ghy gewoone.
48.is ontbreekt in A, en is in alle andere ingevoegd, maar O. P lezen Op u soo seer verstoort.
52. calaengien: overlast, kwelling.
terug  begin  verder