|
|
|
| |
89.
Een nieu Liedeken, van het innemen van Middelburch.
+
Op de wijse:
Wilhelmus van Nassouwe.
Met
Wilhelmus van Nassouwe
Met blijschap sonder rouwe
Laet ons Godt loven soet,
5
Die ons nu heeft ghegheven
Middelburch die Stadt verheven
Door haren noot niet cleyn.
Te spelen sy gingen aenheven
9
9:
Welck hem eerst soude begeven
Te senden
12. in
groote sorgh
15
Maer quam ter stont in weynen
Ghevanghen bleef hy bloot.
Met gheleyd sy hem brochten
Te Vlissinghen binnen der Stee,
Voor den Prins hy ontknochten
19.
20
Zijn bootschap met grooter bee,
Maer des Princen Ghetrouwen
Brochten hem metter spoet.
25
Al op Soom sy hem voerden
Sy bewesen hem met woorden
En metter daet oock daer,
Dat niet en was voorhanden
Ontrent dAntwerpsche Landen,
Oock wert ghebracht met spoet.
| | | |
35
Hy seyde, Wat wildy beginnen?
Als dat ghy sult aenveerden
Van dEdel Prins van weerden
Dentwintichsten sy haer opgaven
Of het waer toeghebaent
44.,
45
Soo dick quamen aensetten
Met Victaly, om te wetten
De hongerighe tanden claer.
Te Middelburch binnen de Mueren
Met blijschap sonder trueren
55
Uut sulcken noot in vreuchden,
Die Edel Prins van aerdt,
Barmhertich vol van weerden.
60
Deucht is in hem vergaert:
Ghelevert heeft in zijn hant.
65
Veerthien hondert Soldaten
Van Duckdalf daer in ghesendt,
Heeft hy vry trecken laten,
Niet denckend opt ellendt,
Doe sy tHaerlem ghepresen
70
Haer Tyranny ghebruyckten fel:
Maer hy bewees midts desen,
71:
Sijn hert van goet opstel.
Ghevanghen zijn seer onsoet,
75
Waer onder, ten can niet falen,
Int Middelburgsche pleyn,
Met een Ooghe bevonden,
79.
De Gheesteloose
81. verachte,
Veel goedts men vondt by haer,
De Coopluy groot van machte
Van Antwerpen hadden daer
85
Veel Schats en Rijckdom legghen.
85.
Twelck den Prins niet is te veel:
Wie cander quaet van segghen,
Van Gods schickingh gheheel.
|
+No. 89. Naar A; het eerst opgenomen in χ. Verder in alle
behalve S.V. Bij V.L. LXXXIX; Van Vloten II, 113. Over de belegering van Middelburg zie bij n o 86. De
overgave, die door het reeds lang nijpende gebrek noodzakelik was geworden, had
plaats 20 Februarie 1574.
Mondragon werd gevangen genomen en later tegen
Marnix uitgewisseld. Het lied is onmiddellik na de
overgave gedicht.
9vlgg. Hier wordt gedoeld op het zenden van
Capiteyn Trenchant door Mondragon, die de
nederlaag van Bergen op Zoom toen nog niet vernomen had, naar Requesens om hem
over de noodzakelik geworden overgave van Middelburg en Arnemuiden te
raadplegen. Trenchant werd echter gevangen genomen en de brieven vielen de
Prins in handen. Zie Van Meteren (1614) V. 98.
Hooft IX, 348.
9:Zij begonnen er om te dobbelen, zij gooiden er om
op.
12.Bij te senden moet ook gingen
aenheven gedacht worden; zij besloten een kapitein te zenden.
19.
ontknochten: deelde mee.
44.
toeghebaent: dichtgemaakt tot een
straat.
71:Maar daardoor bewees hij de goede geaardheid van
zijn hart.
79.Mondragon had één oog
verloren.
81.geesteloose satiries voor
geestelike.
85.Volgens een brief van de Prins aan zijn broeder was
er echter nog niet eens genoeg om de soldaten en matrozen te
betalen.
|
|