Onze Indische Koloniën beginnen eindelijk de rente te betalen, en bieden het uitzigt, om misschien eenmaal de Kapitalen terug te kunnen geven, welke vroeger het Moederland, door op één volgende ongelukkige omstandigheden daartoe genoopt, aan derzelver instandhouding en bescherming heeft besteed: - heeft te koste gelegd met die mildheid, die volharding en die teedere zorg, als eene liefderijke moeder veil heeft voor veelbelovende kinderen, wier gunstige ontwikkeling door physieke of moreele oorzaken, buiten hunne schuld, slechts wordt belemmerd en daardoor verhinderd, die zorg en liefde door dankbare daden te beantwoorden.
Naarmate dat uitzigt nu meer helder en aanvankelijk door voordeelige daadzaken bevestigd wordt, klimt ook de belangstelling meer en meer in alles, wat over de bevordering van bloei en welvaart dezer Bezittingen licht verspreiden kan. Nederland is dank verschuldigd aan de bekwame en welwillende Mannen, die hunne doorzigtige beschouwingen, en nog meer hunne geoefende ondervinding, daarvoor ten beste geven. De Redactie van den Oosterling, waarvan het hoofd, als geen werkeloos reiziger, de Indiën heeft doorkruist, verdient als zoodanig genoemd te worden. Zij blijft niet alleen voortgaan, den Nederlander met zijne, niet vele, noch uitgebreide, maar nogtans kostelijke, Bezittingen in de Indiën, door haar nuttig Tijdschrift bekend te maken, maar
laat ook geene gelegenheid voorbij gaan, om nog daarenboven belangrijke bijdragen in het licht te zenden.
In die overtuiging grijpen wij gretig naar alles, wat hare hand ons aanbiedt, en zijn, na de doorlezing van bovenstaand stukje, daarin wederom bevestigd. De Schrijver, de Adjunct-Inspecteur der kultuur, Ament, heeft bewezen, dat zulk een post hem waardiglijk werd toevertrouwd. De groote naauwkeurigheid in de beschrijving der West-Indische Koffij-cultuur, op zulk eenen afstand, tot vergelijking met zijne Javasche Koffij-teelt, verzameld en verkregen, strekt ter proeve van zijnen doorslaanden en rusteloozen ijver, om de laatste tot de hoogst mogelijke volkomenheid te brengen. Wij stemmen alzoo geheel in met de uitspraak der Uitgevers in het korte Voorberigt: ‘Het geschrift bevat niet alleen zeer nuttige wenken ter verdere verbetering van de zoo gewigtige Koffij-cultuur op Java, maar tevens bijzonderheden, die voor elken weetgierigen lezer belangrijk zijn.’
Het is dus niet om te berispen, maar om, zoo mogelijk, nog meerdere opheldering van den Heer Ament uit te lokken, dat wij eenige vragen zullen voorstellen, welke onder het lezen onze aandacht getrokken hebben.
1. Bl. 2 en 13, vinden wij onder de voordeelen uit de verbeterde behandeling der Koffij, bij den oogst in de West-Indiën ingevoerd, opgenoemd, dat daardoor handenarbeid wordt uitgewonnen. Hoewel men nu op Java minder gebrek aan werkzame handen hebben moge, valt toch de vraag: of dit dan niet eenigermate op kan wegen het bezwaar van den afstand der woonplaatsen van de Koffijtuinen, bl. 14 vermeld?
2. Het groot belang om de versch geplukte Boon terstond van de buitenschors te ontlasten, was misschien wel de oprigting van eenen breek- of pelmolen, (bl. 6 en vv. omschreven), in de nabijheid van elke groote oogstplaats waardig; en zou dan het bezwaar zoo groot zijn, om gedurende dien tijd eenige Bamboes-woningen (welke de Javaan zoo handig bouwt!) op te slaan, waarin de plukkers en bewerkers gedurende dien tijd hun verblijf konden nemen; immers dáár, waar de loswrijving, ontbolstering en wassching, op bl. 15 beschreven, door mingunstige localiteit, moeijelijker kan beoefend worden?
3. De dadelijke ontbolstering en daaruit volgende snellere drooging van de pluk, achten wij, juist om de tegenwoordige spoedige afzending, dubbel wenschelijk, dewijl daaraan de meerdere zuivering, bl. 15 aangevoerd, onmisbaar gepaard moet gaan. De gevolgen van te weinige oplettendheid daaraan besteed, waaruit de verstikkingen voortkomen, zijn onberekenbaar. Zij vallen in het oog bij elke beschrijving der Monsters, de Veilingen bij de
Handelmaatschappij voorafgaande. Slechts weinige verstikte boonen kunnen soms de reputatie der fraaiste partijen bederven. Van dáár ook al het schromelijk onderscheid in de prijzen, zoo als op de jongste veilingen van 27 tot 40cs; en dat toch Java nog fraaije Koffij leveren kan, blijkt ook dááruit, dat op diezelfde veilingen nog voor sommige kavelingen van 40 tot 49cs zijn besteed: een prijs, welken de beste West-Indische Koffij moeijelijk zoude opbrengen!
4. Indien het toppen en snoeijen der te hoog opschietende boomen der vrucht zoo vele voordeelen aanbrengt, als bl. 5 zoo bevattelijk wordt voorgesteld: ‘dat zij niet, gelijk uit de hoogere boomen, met stokken en op andere ruwe wijze wordt afgeslagen, waardoor ook de onrijpe vrucht valt, die door broeijing de rijpe massa (zie boven) bederft; dat de vrucht op den getopten boom grooter wordt en betere kwaliteit levert,’ zou het dan, vooral bij ruimte van werkzame handen, de moeite niet dubbel beloonen, om ook den Javaschen boom te toppen en te snoeijen? - Wij zouden bijna op het denkbeeld kunnen komen, dat dit vroeger, bij den minderen omvang der Koffij-teelt, op Java in gebruik kon zijn geweest; want wij herinneren ons nog wel, hoe, bij den aanvoer der heerlijke overjarige bruine boonen, dezelve ook veel grooter van stuk waren, dan men thans maar zeldzaam ziet.
Het zijn juist de tegenoverstellingen van hetgeen door den Heer Ament zelven is aangegeven, welke ons tot deze gevolgtrekkingen, immers bedenkingen, hebben geleid, welke wij ons anders niet zouden vermeten op te werpen. Elke proeve ter verbetering van de Koffij-cultuur kan (om de eigen woorden van den Heer A. in zijne inleiding te gebruiken,) niet anders dan zeer gewigtig voor Java zijn; daar toch de Koffij als een der eerste Koloniale producten, ook wel als Javaasch hoofdproduct van uitvoer, kan aangemerkt worden.
De cultuur en bereiding van den Zaad- en Stam-Indigo op Java, is bl. 17 en verv. allernaauwkeurigst beschreven, en zoowel voor de Wetenschap, als voor den Fabrikant van het hoogste belang. De vergelijking met de behandeling van dit product in de West-Indiën, op den Titel beloofd, hebben wij echter niet gevonden. Het bewerken en afsnijden in eenvoudige vierkante koekjes is voor de afzending zekerlijk beknopt en daardoor minder kostbaar voor het transport. De ondervinding zal er ook wel spoedig de innerlijke waarde van leeren kennen, waardoor voorheen de hooge roem der bevallige, maar meer volumineuze Javasche Torentjes zoo gevestigd was.
Wij hopen, dat de Heer Ament, die zoo diep in zijn onderwerp
dóórdringt, ons nog op meerdere vruchten zijner opmerkingen zal onthalen. Wij zouden ook wel eens zijne beschouwingen van de nieuwe cultures willen hooren; zoo als b.v. van de Thee en het Kaneel, waarvan de eerst aangevoerde proeven zoo voortreffelijk zijn geslaagd. Zulke vóórlichtingen zullen voor de Staat- en Landhuishoudkunde onzer Koloniën steeds van eene onschatbare en blijvende waarde zijn.
Maart 1837.
V.