terug  begin  verderprepost

Nederduitsch Letterkundig Jaerboekje, voor 1837.

Vierde Jaergang. Gent. Drukkerij van Van der Haeghe-Maya.

 
De tael waarin Van Maerlant zong,
 
Die tael, ja! blyven wij waerderen.
 
Bloost gij, verfranschten, die uw tong
 
Waent met uw moederspraek te onteeren!
 
 
 
Maria Doolaeghe.

Beoordeelen is geen veroordeelen; wij willen u dus het doel der uitgave van dit boeksken door het overnemen van deszelfs motto doen kennen, en er niets meer van zeggen, dan dat het veel van een vervelend eentoonig kransje vergeet-mij-nietjes heeft. Vrouwe Van Ackere schijnt Tollens na te volgen, gelijk Rens Feith en Van Duyse Staring; de laatste is de ongelukkigste navolger der drie: doch wij willen den geachten Inzender van de Lichten Schaduwzijde der tegenwoordige Vlaamsche Letterkunde(1) de stof voor een ander opstel van dien aard niet wegkapen. Ongaarne missen wij den naam van Serrure, hoogst ongaarne dien van den voortreffelijken Willems, in den inhoud van dit jaarboekje; - het Belgisch Museum(2) van den laatste zien wij met ongeduld te gemoet.

 

X.

(1)Zie No. I, Mengelingen, bl. 27-31.
(2)Het Prospectus van dat Tijdschrift is bij den Heer W. Messchert te Amsterdam te bekomen.
prepostterug  begin  verder